[live] Twee keer Shearwater

ShearwaterBZ07

‘Animal Joy’ is de titel van het nieuwste album van de indie rockband Shearwater. In februari van dit jaar kwam het uit en een maand later tourt de band uit Austin door Europa, met Amsterdam als eerste én laatste halte. Een uitgelezen mogelijkheid om nou eens te zien hoe een band zich ontwikkelt tijdens zo’n tour.

Eerst even terug naar eind maart, naar een volgepakt en warm Bitterzoet, op een veel te klein podium. Frontman Jonathan Meiburg zegt ‘jetlagged’ te zijn, maar daarvan is vanaf het openingsnummer The Snow Leopard niets te merken. Nou ja, een fout piano-aanslagje misschien. Maar met het plezier waarnaar ze met de titel van hun achtste album verwijzen, stormt Shearwater vooruit.

De sterke eerste track Animal Life, gevolgd door het eenzame zeemanslied Castaways van The Golden Archipelago, leidt naar nog drie nummers van Animal Joy: Dread Sovereign, You As You Were en Insolence, niet toevallig in dezelfde volgorde als op het album. De nummers vormen een dynamische eenheid die golft van subtiel en klein naar keihard en overvol, en weer terug.

ShearwaterSF01

Dan naar 6 juli van dit jaar, in een goed gevulde Sugar Factory. Na het prachtige Rooks volgt weer een drietal nieuwe nummers: Immaculate, stevig, Pushing the River, dreigend, Run The Banner Down, kalm.

Wacht eens. We kijken even naar de setlist en zien -inderdaad- dat de eerste zes tracks exact dezelfde zijn! Sterker nog, pas bij het elfde nummer is er een verandering doorgevoerd: Open Your Houses. Maar daarna volgt de band weer gewoon de set van Bitterzoet.

Opzwepende drums en percussie op Breaking The Yearlings en waterige synthesizerklanken op Star Of The Age, beide van Animal Joy. Daarna twee vergelijkbare encores. Tweemaal wordt afgesloten met een rocknummer van R.E.M.: These Days. Twee keer zegt Meiburg dat ze dat zo’n goede band vinden. Althans hij.

Twee keer bedanken de Texanen ons voor het komen. Twee keer een goed concert.

Voegt het dan nog wel wat toe om weer naar dezelfde band te gaan? Jazeker. In de Sugar Factory speelt Shearwater veel en veel hechter. Het geluid lijkt volledig in balans te zijn, waar het in Bitterzoet soms nog onaf en een beetje hoekig klonk. Gitaarrifjes komen beter door, de tweede stem van pianist Lucas Oswald is helderder en gedurfder. Drum en percussie op Breaking The Yearlings zijn perfect synchroon, bijna eng.

Shearwater durft aan het einde van zijn tour de nummers tot in het extreme uit te spinnen, in improvisaties die volledig onder controle zijn. Goed voorbeeld is Hail, Mary, van Palo Alto, een nummer dat alle dynamiek bundelt die Shearwater heeft te bieden. In Bitterzoet was de band nog wat voorzichtig met de keuze voor Nobody, maar de Sugar Factory kreeg van dat nummer een geweldige, lange versie te horen die iemand hopelijk nog op Youtube gaat zetten.

Twee keer in korte tijd naar dezelfde band. Als het kan, moet je het eens doen. En anders zeker één keer naar Shearwater.

[Live] My Morning Jacket in Tivoli

Blijkbaar verloopt een concert soms hetzelfde als een voetbalwedstrijd. De ene helft lijkt totaal niet op de andere. In de eerste is het spel gezapig, het tempo is te laag, er is geen goede opbouw en er zijn te weinig ideeën. Maar dan de tweede helft: er wordt veel beter samengespeeld, het publiek gaat erachter staan en er ontstaat zowaar een sfeer waarin de hoofdrolspelers boven zichzelf uit kunnen stijgen.
En je vraagt jezelf af: wat is er gebeurd?

Zo’n concert was My Morning Jacket in Tivoli. Toen de band uit Kentucky Gideon inzette, leek het ineens alsof het vijftal niet alleen zichzelf, maar ook het publiek wakker schudde. Mensen wachtten met bier halen, hier en daar verscheen een tevreden glimlach en sommigen leken zelfs een dansje te wagen, alsof ze zich toen pas realiseerden: ach ja, dat is ook zo, we staan bij My Morning Jacket!

Niet dat Jim James en zijn mannen tijdens het eerste dozijn nummers hun best niet deden om een klik te krijgen met het publiek. James wapperde rond in een soort vampierencape, gitarist Carl Broemel speelde ouderwets met zijn haar voor z’n ogen. Maar het ontbrak aan energie. Misschien was het de leeftijd van het publiek, misschien was het de keuze van de nummers: Lowdown, First Light, Slow, het zijn ook geen titels waar je meteen van gaat rondspringen. Dat de band halverwege Where to Begin speelde lag dan ook haast voor de hand. Het was het niet, de eerste driekwartier, hoe gingen ze dat oplossen?

En toen dus het signaal voor de tweede helft: Gideon van het bekendste album Z uit 2005. Dat bleek vol overtuiging en met veel plezier gespeeld precies de juiste aanvalstactiek. Eindelijk.

Na Gideon gaf My Morning Jacket het initatief niet meer uit handen en speelde het een aantal nummers van hun nieuwste album Circuital (2011) die knetterden van elektriciteit. Uitschieter was Victory Dance, die de opmaat vormde van een heerlijke toegift. Met The Day Is Coming en tot slot titelsong Circuital verliet My Morning Jacket Tivoli.

Het publiek kon enthousiasts huiswaarts. Gelukkig maar, toch nog een goede pot.

My Morning Jacket – Victory Dance

[concert] Kings of Convenience (A sides)

kings of convenience paradiso

Zaterdag 7 april 21:00, Paradiso Amsterdam. Eindbaas Victor en ik zijn er helemaal klaar voor. Voor Duurt Lang zijn de Kings Of Convenience geen onbekende: sinds de Röyksopp mix van I Don’t Know What I Can Save You From (blogpost alhier) is er voorzichtig kennisgemaakt met het verdere repertoire van de Kings. Ik was al snel behoorlijk enthousiast over de liedjes, zowel de composities als de teksten vind ik prachtig. Vandaar dat ik erg benieuwd was hoe ze het er in een stampvol (het concert was binnen een dag uitverkocht) Paradiso vanaf zouden brengen.

Het duo begon met een vertrouwde set: alleen hun gitaren en stemmen waren het eerste uur te horen. Hun muzikaliteit kwam hier goed tot uiting: geen noot verkeerd en alles in een perfect ritme! Tussen de nummers kwamen wat leuke anekdotes en persoonlijke ervaringen voorbij, en algauw hadden ze het publiek helemaal aan hun kant.

Op het podium stonden echter nog een extra gitaar, een basgitaar en een drumstel klaar. Onder luid applaus kwam een deel van de Nederlandse band GEM op om een aantal liedjes mee te spelen. Ze hadden elkaar slechts 6 uurtjes vantevoren ontmoet, maar daar was niets van te merken. I’d Rather Dance With You kreeg een begeleiding die het verdiende, en heel het publiek stond heerlijk te dansen op dit nummer. Hierna volgden nog een aantal vlotte nummers.

Als toegift hadden de mannen een remix van het nummer Rule My World bedacht. De Noorse DJ Verfeld heeft een lekkere beat onder dit nummer gezet zonder afbreuk te doen aan de orginele opbouw. Terwijl Eirik meespeelde op de gitaar, maakte Erlend gebruik van dit moment om het publiek nog een beetje extra op te stoken. Een prima knaller om de fantastische avond mee af te sluiten!

[live] The Shins rocken nog!

Vijf jaar na hun laatste album ‘Wincing The Night Away’ zijn The Shins terug. Hun nieuwste productie getiteld ‘Port of Morrow‘ verscheen eerder deze maand op het label Columbia. Dit label bracht in 2010 het album van Broken Bells, de succesvolle samenwerking tussen Shins-frontman James Mercer en producent Danger Mouse. Bij Columbia zal een nog breder publiek in contact kunnen komen met muziek van The Shins.

De breuk met het Sub Pop-label twee jaar geleden bleek de aankondiging van meer veranderingen voor Mercer en zijn band, die in 2012 een voorlopig eindstadium hebben bereikt. Een nieuwe samenstelling, waarbij alleen de frontman aanbleef, een nieuw geluid zonder de hoekige rifjes, mét electro, hapklare refreinen en zelfs hier en daar een koortje.

Recensenten konden het opzichtige aanschuren tegen de popmuziek op Port of Morrow niet allemaal even goed waarderen. En voor de fans van het eerste uur moet het wel een beetje schrikken zijn geweest, de dreigende afslag naar de mainstream. Dat weerhield de volgers van de band er echter niet van om massaal naar de Melkweg te komen om het eerste Nederlandse Shins-concert in vijf jaar te bezoeken. Want het blijft natuurlijk een bijzonderheid, deze indie- rockpioniers te zien, ookal is voor de puristen de band niet meer hetzelfde.

Met Kissing The Lipless van het album Chutes Too Narrow (2003) als energieke opener, gevolgd door een andere klassieker, Caring Is Creepy van hun debuutalbum Oh Inverted World! (2001) zetten The Shins de toon voor de avond. Stevig, enthousiast, strak en luid, dat is hoe The Shins wilden klinken. Compact, no-nonsense en allesbehalve gladjes. Het leek alsof de band muzikaal iets recht te zetten had ten opzichte van de kritiek op Port of Morrow. Modest Mouse-drummer Joe Plummer nam hierin het voortouw, aangevuld door de bassist van Chrystal Skulls, Yuuki Matthews en toetsenist Richard Swift. Gitariste Jessica Dobson, in haar spel dienend en recht-toe-recht-aan, zocht nadrukkelijk contact met het publiek. Toen tijdens Bait And Switch, van het laatste album, een glimlach doorbrak op het gezicht van Mercer, werd ook het spelplezier van de band zichtbaar. Een hecht collectief, ookal zijn ze overal vandaan geplukt, dat is wat de zanger heeft gesmeed voor deze tour: een collectief dat kan rocken.

Probleemloos vermengde de band het oude werk met de nieuwe nummers, die veel krachtiger klonken zonder de zoete opsmuk van het album. ‘I’m feathering them in,’ zei de zanger over de nieuwe aanwinsten. Inderdaad, hij deed het met beleid. Na twee nummers van Wincing The Night Away en het weeskindje Sphagnum Esplanade, speelde de band het eerste en beste nummer van Port of Morrow, The Rifle’s Spiral, een instant Shinsklassieker. September, No Way Down en It’s Only Life zijn wat zoetige niemendalletjes, maar het publiek ontving het nieuwe werk welwillend. New Slang en een heerlijk uitgerekte versie van knaller Sleeping Lessons vormden een fijne afsluiter vóór de toegift. Die bestond uit een mooie akoestische versie van Young Pilgrims, Mercers persoonlijk favoriet titelsong Port Of Morrow en tot slot One By One All Day, wederom van het debuutalbum.

Al met al een zeer gevarieerde avond die volledig in balans was. De uitgekiende opbouw, de sound en het aanstekelijke enthousiasme zorgden ervoor dat De Melkweg het erg naar zijn zin had; iedereen kreeg waarvoor hij of zij was gekomen.
You’re not invisible now | You just don’t exist‘, het gaat nog niet helemaal op wat Mercer zingt op Rifle’s Spiral. Met dit optreden lieten The Shins zien dat ze er wel degelijk nog zijn en dat ze de rock nog lang niet vaarwel hebben gezegd.

Deichkind Live: Wir sind Illegale Fans

In 2010 schreef ik al over het Duitse Deichkind. Aanstekelijke electropop met komische teksten. De Jeugd van Tegenwoordig meets Rammstein. Op YouTube draaide ik de energieke liveshows grijs. Hopend op een bezoek aan ons land. Tevergeefs. Dus er zat maar één ding op: Naar Duitsland!

Zodoende reisde ik afgelopen weekend af naar de Westfalenhallen te Dortmund. Ik ging met mijn beste concertvriend. Wij zagen ooit nog de Urban Dance Squad en Beastie Boys op één avond. (Dat is 20 jaar geleden. Damn, ik word oud!)
We waren bang dat we uit de toon zouden vallen, wij als Hollanders bij een Duits feestje; indringers, Illegale Fans. Maar dat gevoel viel snel weg. Wat een gemêleerd publiek! Van dronken tieners tot Ray Ban-dertigers:  Werkelijk heel het stadion was één groot feest. 10.000 fans van voor tot achter schalden de lompe lyrics mee als slogans: ‘Kein Gott, Kein Staat, Lieber was zu Zaufen!’ Tot ver op de tribunes werd met confetti gegooid. Haha, wat een feest.

De mannen van Deichkind hadden ook uitgepakt. Want als je live alleen maar over een audiotrack rapt, moet je visueel uitpakken! En dat deden ze: Fantasierijke kostuums van leggings en vuilniszakken, lichtgevende piramidehoedjes, boyband-dansjes… tot slot reden ze op een enorm biervat de zaal binnen: “Roll dat Fass rein!” Tja, je had erbij moeten zijn.

Kneiterhits, een geweldig positief publiek en een show vol zelfspot. Dit was de reis meer dan waard!
Of zoals ze zelf zeggen in hun laatste hit: “Die Platte von Deichkind war nicht so mein Ding, Doch ihre Shows sind… Leider Geil.“

Deichkind – Illegale Fans

Deichkind – Leider Geil (Leider Geil)