Dopamine

dopamine

Ik kwam er vorige maand achter dat mijn lievelingsband van vroeger, Third Eye Blind, halverwege 2015 weer een nieuw album (Dopamine) heeft uitgebracht, en in november zelfs in de Melkweg heeft opgetreden.

Hun eerste album heb ik grijsgedraaid. Ik kende alle partijen, elk geluidje, en het was de soundtrack van mijn middelbare schooltijd. Het tweede album was iets minder, het derde geweldig, het vierde matig en nu is er dus, na jaren, een vijfde album. Inmiddels zijn alleen zanger Stephan Jenkins en drummer Brad Hargreaves nog overgebleven van de originele samenstelling. Na wat research kwam ik erachter dat de anderen zijn weggegaan omdat Stephan nogal een dominante bandleider is. Sterker nog, hij heeft met wat juridische trucjes zijn bandleden van het eerste uur erbij genaaid.

Een paar jaar geleden traden ze ook al eens op in de Melkweg, en ik was er bij. Vanuit sentimenteel oogpunt een prima avond, maar ik zag wel hoe arrogant zanger Stephan kan zijn. De eens zo grote liefde voor de band bekoelde een beetje. Het verklaart ook wel dat ik nu, het nieuwe album pas een half jaar na uitkomen voor het eerste goed heb beluisterd.

Onbewust ga je het toch altijd vergelijken met hoe het vroeger was. Het is nog net zo strak geproduceerd als toen, en dat moet ik toegeven: daar hou ik wel van. Er is gelet op de details en het klinkt gelikt. Ik luister door Spotify tegenwoordig nog maar weinig albums van begin tot eind, en ook bij Dopamine haal ik het einde niet zonder stukken te skippen. Waar eerdere platen nog wel een paar catchy nummers hadden, is dat op dopamine niet echt het geval. Dus ja, het klinkt gelikt, maar het klinkt als meer van hetzelfde en er zitten geen nummers bij die uitschieten, in positieve of negatieve zin. Een 6,5. Niet slecht maar ook zeker niet goed. Ik denk niet dat de liefde nog terug zal keren.

Smile

The Royal Concept

Het wil in Nederland maar niet lukken met The Royal Concept. Na geweldige eerste singles, een feature op Fifa 14 en een geweldig optreden op ESNS leek de weg geplaveid voor ze. In andere landen doen ze het al beter, maar de echte grote klapper is nog niet gekomen.

Misschien dat hun tweede EP Smile daar dan eindelijk voor gaat zorgen. Vier uptempo liedjes en een ballad. De uptempo nummers doen het goed, zijn wisselend in kwaliteit, en de ballad valt een beetje tegen. Smile is okay, Fashion is de eerste single maar overtuigt me nog niet heel echt (ondanks dat het een prima popliedje is met een catchy refrein). Het derde nummer Higher Than Love is voor mij het nummer dat het meeste potentie heeft. Hurricane beklijft ook niet zo.

Al met al zit er dus geen liedje tussen dat zo lekker blijft hangen als D-D-Dance en Gimme Twice. Jammer, want ik denk dat ze het ook met Smile niet gaan redden in Nederland.

Quantic – Creation

Het gaat me voor de wind. Ik woon heerlijk in Amsterdam, heb veel vrienden, een geweldige partner en het werk komt me aanwaaien. Oja, en de zon schijnt bovendien; daar ben ik ook niet ongevoelig voor.
Enfin, deze doorgaans toch redelijk sombere, twijfelende meneer heeft de zomer in zijn bol.

Ik ontdekte zojuist de perfecte jazzy soundtrack voor dit leven vol harmonie. Met een vleugje stadse reuring en een tikje melancholie. Daar is ‘The Western Transient’ van Quantic. Deze plaat klinkt als onontdekt vinyl vol jazz-standards. Grootsteedse bebop, lounge jazz, gespeeld met passie. Voor op het terras, in de auto, tijdens je werk of kei hard op je koptelefoon op de fiets langs de grachten. Gelukzaligheid.

Quantic (Will Holland) begon als dj in zijn zolderkamertje met handgeknipte samples en beats met instrumentale hiphop. Al snel volgde meer jazz georienteerde albums met echte muzikanten. Hij reisde over de wereld en maakt als ‘Quantic Soul Orchestra’ live jazz fusion met lokale artiesten: Afrobeat uit Afrika, Salsa uit Zuid-Amerika. Een uitgebreid onderzoek naar alle uithoeken van jazz. Funkend, pompend en hysterisch, maar altijd reteswingend.

Nu is hij weer thuis gekomen. En komt bij van de verre reizen. Zijn nieuw album ‘The Western Transient’ klinkt introverter en heeft meer lucht. Net zoals ikzelf.

[Live] Inside en Outside met Novastar

NovastarParadiso01

Hij nam er even de tijd voor. Zes jaar moest het duren voor Novastar (Joost Zweegers) met een nieuw studio-album op de proppen kwam, maar daar is het dan eindelijk. Titel: Inside Outside, producer: John Leckie (o.a The Bends van Radiohead, Z van My Morning Jacket). In alles ademt het vierde album van de Belgische singer/songwriter ambitie en groei. Het geluid klinkt voller, de stem is dynamischer en veel meer onderdeel van de muziek, de teksten zijn minder gekunsteld.

Een tour kon niet uitblijven. Voor de Noord-Hollandse liefhebber van zijn muziek verzorgde Novastar twee concerten: in april in Paradiso (binnen) en in augustus in het Amsterdamse Bos (buiten). Of dat gezien de titel van het album bewust zo gepland is? Vermoedelijk niet, maar voor deze recensie doen we even alsof dat wel zo is.

Paradiso is de beroemde ruimte met zijn prachtige akoestiek en een intieme sfeer, ondanks dat zij geschikt is voor wel 1500 bezoekers. Het BosTheater is… tja een theater in het bos, met dezelfde capaciteit aan (Spartaanse) zitplaatsen. Verder houden de overeenkomsten wel op. Zulke verschillende locaties, welke invloed heeft dat op een concert van Novastar?

Wel, wat meteen opvalt is de aandacht van het publiek Outside: die is veel gerichter. De mensen lijken veel geconcentreerder te luisteren. Gek genoeg verwacht je eenzelfde concentratie van de vierkoppige band, maar die ontbreekt juist. Novastar speelt heel losjes, zelfs een beetje rommelig hier en daar. “Ik geef wel aanwijzingen. Daar ben ik goed in,” zegt hij grappenderwijs tegen zijn bandleden, maar dat blijkt buiten niet overbodig. Binnen is de band vanaf het begin echter enorm gefocust en houdt het tempo van het optreden hoog. Geen onnodige uitstapjes of gebabbel.

NovastarBos01

Buiten heeft Novastar juist veel praatjes. De zanger vraagt het publiek: “Eerst een meezinger en dan een mooi liedje of andersom?” Hij onderbreekt abrupt een nummer als iemand er iets doorheen roept en zet zonder omzien een ander nummer in, om even later het eerste weer op te pakken. Het lijkt erop dat de buitenlocatie hem dwingt om veel meer het contact met het publiek te zoeken. De band moet het letterlijk en figuurlijk opwarmen en daarbij een flinke afstand overbruggen.

Binnen is dat niet nodig. Mars Needs Woman, Because en When The Light Go Down worden hartstochtelijk meegezongen. De intimiteit van Inside geeft veel meer een gevoel van saamhorigheid, alsof je als publiek en band sámen iets aan het doen bent, terwijl je buiten echt passief naar een voorstelling zit te kijken. Zeker, het is enorm sfeervol, het wiegen van de bomen, de feestlichtjes en de Mini waar je koffie kunt halen, maar de echte connectie is er voor een liedjesband als Novastar moeilijk te bewerkstelligen.

De sets lijken qua nummerkeuze op elkaar, maar waar de Belg er binnen voor kiest om zijn hits Wrong, Lost & Blown Away en The Best Is Yet To Come pas als toegift te geven, presenteert hij die nummers buiten lopende het hele concert. Een echte (traditionele) opbouw ontbreekt, zodat er uiteindelijk niet echt een hoogtepunt is te ontdekken. Never Back Down van het album Another Lonely Soul is de allerlaatste toegift. Een sterk nummer, maar wanneer drummer en bassist ontbreken, omdat ze gewoon van het podium zijn verdwenen en niet door lijken te hebben dat het concert nog aan de gang is, dan boet het wel erg in aan kracht. Binnen was dat onmogelijk geweest.

Samengevat: Outside voelden we ons een beetje een outsider, terwijl je bij een concert graag een insider wilt zijn. Maar! Er is Inside én Outside wel één constante en dat is Zweegers zelf. De energie, het fanatisme en het enthousiasme van de zanger zijn geweldig. De wil om er iets moois van te maken spat van zijn gezicht af en daarvoor hij is bereid om zichzelf binnenstebuiten te keren. Waar hij in de toekomst ook gaat spelen, daar komen we met plezier voor terug.

Gezien: Novastar in Paradiso, 22 april 2014; het Amsterdamse Bos, 10 augustus 2014

Haters en gelovers

20140608-141334-51214533.jpg

Ik snap ze wel. Misschien hebben ze zelfs gelijk. Misschien stellen zijn liedjes inderdaad niks voor en is hij inderdaad de natuurlijke erfgenaam van James Blunt. Ik begrijp heel goed dat veel mensen een hekel hebben aan Pasenger. Je weet wel, die van het door de radio vakkundig kapot gedraaide Let Her Go. Hij maakt het haters ook lekker makkelijk, met zijn hoge maar toch rasperige stem en zijn eenvoudige deuntjes en teksten. Toch ik luister ik ernaar. Waarom? Ik geloof hem. Ik geloof dat hij meent wat hij zingt. Zoals: “I write songs that come from my heart and I don’t give a fuck they get into the charts”, een zin uit 27, één van de sterkste liedjes van zijn nieuwe album Whispers.

Je kunt het stoerdoenerij noemen, een poging om weer wat krediet te krijgen van liefhebbers van Serieuze Muziek Die Niet In De Hitlijsten Staat. Maar ik denk dat hij het meent. Natuurlijk vindt hij vast het leuk om succes te hebben en voor grotere zalen te spelen. Dat kan hij ook. Vorig jaar pakte hij Pinkpop in, helemaal in zijn eentje en met een gitaar. Ik geloof dat hij dezelfde muziek zou maken als hij nog steeds op straathoeken en in kroegen zou spelen. Hij vindt het vast ook fijn om meer budget te hebben voor zijn album, zijn nieuwe plaat klinkt zelf wat overgeproduceerd hier en daar (wat minder strijkers en blazers de volgende keer graag en laat dat Caribische gepingel ook maar weg). Maar he, voor minimalisten als ik is er een bonus-cd met akoestische uitvoeringen. Zo is hij dan ook wel weer, die Passenger. Gelukkig maar. Hoef ik me voorlopig nog niet bij de haters aan te sluiten.