[concert] The Presidents of the United States of America

pusa-kudos

Over een paar maanden gaan de deuren van Tivoli op de Oudegracht in Utrecht dicht, om te verhuizen naar het complex op het Vredenburgplein. Vanuit nostalgisch oogpunt vind ik dat heel erg jammer. Het tunneltje naar de zaal, de net te krappe ruimte voor de garderobe, de ietwat aflopende vloer. Het draagt allemaal bij aan een memorabel concert avondje. Toch ben ik ook de persoon die met Feijenoordsupporters in discussie gaat over een eventuele nieuwe Kuip. Ze vinden de sfeer en historie te waardevol om te vervangen. En daar ga ik dan graag tegenin: soms moet je afscheid nemen van iets moois om verder te kunnen. Zo zal het ook bij Tivoli zijn. De nieuwe locatie gaat nieuwe herinneringen en routines brengen, dus ook ik ga het een kans geven.

Wellicht heb ik dus vorige week mijn laatste concert in Tivoli meegepakt. The Presidents of the United States of America (kortweg PUSA) haalden alles uit de kast, maar dat was niet eens nodig want het publiek had er zin in. Alle klassiekers werden afgewerkt: Peaches, Kitty, Dune Buggy, hun versie van “Video Killed The Radio Star”, al gauw stond de hele vloer te springen en ik heb ook weer wat stagedivers gezien.

PUSA maakte van de gelegenheid gebruik om het nieuwe album “Kudos to You!” te promoten. Het is weliswaar niet echt vernieuwend, maar voor wie geen genoeg kan krijgen van de 90’s happy-grunge-rock (zoals ik) is het een prima toevoeging. Hierbij een track die ze in Tivoli live speelden.

[live] Frank Turner

cu-fist

Zijn dokter had hem een maand lang verboden om gitaar te spelen, maar over springen, rondrennen en dansen had hij blijkbaar tegen Frank Turner niets gezegd. De rauwe folkzanger uit Zuid-Engeland liet de bandage om zijn lijf zien (gratis, als je meer wilde zien, kostte het 5 euro. ‘Ik ben niet zo duur,’ zei hij) en rende toen weer op en neer over het podium van Tivoli De Helling.

Rock ‘n roll, punk, folk, indie en zelfs een middeleeuwse ballade brachten Turner en zijn band The Sleeping Souls ten gehore, en wel met zo veel energie en intensiteit dat het je af en toe de adem benam: pas toch op met je ribben, jongen! Dat hij twee jaar achtereen is genomineerd als ‘hardest working artist’ door de AIM en eenmaal de prijs won is terecht. Een podiumbeest, iets anders kun je de dertiger niet noemen. Alles gaf hij, ook al was de show in Utrecht zijn 1461ste. Dat houdt hij dus bij.

Vanaf de opening was er het absolute en ongeveinsde enthousiasme. Prachtig simpele nummers als I Still Believe en Losing Days. Barliederen als Dan’s Song en Wessex Boy. Nummers over drank, over onvergeeflijk harde katers, over tattoos. Gospels over God die niet bestaat. Het is heel eenvoudig om je de zanger voor te stellen in dampende pubs met een sigaret in de ene hand en een pint in de andere.

Frank Turner is erg overtuigend als hij zegt dat hij het te gek vindt dat iedereen er is. Elke artiest roept het, maar van hem geloof je het ook. Als hij vervolgens een van zijn eigen liedjes in het Nederlands gaat zingen, vertaald en gemaild door een fan, dan ben je natuurlijk helemaal om, ook al ken je ‘m amper. Wanneer zie je dat nou? Turner en zijn band weten wat hun publiek wil en omgekeerd is hun publiek tot alles bereid: meezingen, klappen, gaan zitten, nog voor hij het heeft gevraagd. Een trouwe artiest en een net zo trouwe schare fans. Simpel is het.

Simpel is wel meteen zijn valkuil. Met zijn inhaak- en springmuziek loopt Turner het risico dat de kritische luisteraar snel genoeg krijgt van zijn liedjes. Met zijn nieuwste album Tape Deck Heart lijkt hij zich dat te realiseren en probeert hij nieuwe dingen. Het best slaagt hij daarin met het prachtige Broken Piano. De uitvoering in Utrecht is prachtig en het vormt een prettig afwisseling in het spring en doe je handen in de luchtfeestje.

Voor iedereen die Frank Turner in de toekomst gaat zien: leer Four Simple Words uit je hoofd. Het vat alles samen. Aanrader!

Gezien: Frank Turner in Tivoli De Helling 23 september 2013

[Live] My Morning Jacket in Tivoli

Blijkbaar verloopt een concert soms hetzelfde als een voetbalwedstrijd. De ene helft lijkt totaal niet op de andere. In de eerste is het spel gezapig, het tempo is te laag, er is geen goede opbouw en er zijn te weinig ideeën. Maar dan de tweede helft: er wordt veel beter samengespeeld, het publiek gaat erachter staan en er ontstaat zowaar een sfeer waarin de hoofdrolspelers boven zichzelf uit kunnen stijgen.
En je vraagt jezelf af: wat is er gebeurd?

Zo’n concert was My Morning Jacket in Tivoli. Toen de band uit Kentucky Gideon inzette, leek het ineens alsof het vijftal niet alleen zichzelf, maar ook het publiek wakker schudde. Mensen wachtten met bier halen, hier en daar verscheen een tevreden glimlach en sommigen leken zelfs een dansje te wagen, alsof ze zich toen pas realiseerden: ach ja, dat is ook zo, we staan bij My Morning Jacket!

Niet dat Jim James en zijn mannen tijdens het eerste dozijn nummers hun best niet deden om een klik te krijgen met het publiek. James wapperde rond in een soort vampierencape, gitarist Carl Broemel speelde ouderwets met zijn haar voor z’n ogen. Maar het ontbrak aan energie. Misschien was het de leeftijd van het publiek, misschien was het de keuze van de nummers: Lowdown, First Light, Slow, het zijn ook geen titels waar je meteen van gaat rondspringen. Dat de band halverwege Where to Begin speelde lag dan ook haast voor de hand. Het was het niet, de eerste driekwartier, hoe gingen ze dat oplossen?

En toen dus het signaal voor de tweede helft: Gideon van het bekendste album Z uit 2005. Dat bleek vol overtuiging en met veel plezier gespeeld precies de juiste aanvalstactiek. Eindelijk.

Na Gideon gaf My Morning Jacket het initatief niet meer uit handen en speelde het een aantal nummers van hun nieuwste album Circuital (2011) die knetterden van elektriciteit. Uitschieter was Victory Dance, die de opmaat vormde van een heerlijke toegift. Met The Day Is Coming en tot slot titelsong Circuital verliet My Morning Jacket Tivoli.

Het publiek kon enthousiasts huiswaarts. Gelukkig maar, toch nog een goede pot.

My Morning Jacket – Victory Dance

OWC

offworldcolonies

Het was 1997. Samen met een paar vrienden uit mijn klas ging ik naar mijn allereerste concert ooit. We gingen naar Tivoli en ik nam de plattegrond van Utrecht mee, omdat we niet wisten waar het precies was. Ik was nog nooit in Tivoli geweest. Het bleek een mooie zaal waar ik later nog menig feestje meemaakte.

De band waar we voor gingen is het Zweedse Kent. Halverwege de jaren negentig braken ze Europees enigszins door, met vertaalde albums. Deze albums hadden dezelfde muziek, maar de zang was in het Engels in plaats van het Zweeds. De vertalingen waren knap gedaan, want je merkte nauwelijks dat het lied niet in de oorspronkelijke taal werd gezongen. Dit hielden ze twee albums vol (Isola en Hagnesta Hill), maar daarna zijn ze toch maar weer teruggestapt naar het maken van enkel Zweedstalige muziek. Jammer.

OWC (Off World Colonies – een verwijzing naar de film Blade Runner) is een van hun meest gevoelige nummers, en lekker herfstig en melancholisch.