[Live] Bryan Adams: Reckless

reckless

Hij is inmiddels 55, en het is alweer dertig jaar geleden dat zijn toch wel doorbraak-album Reckless uitkwam. Reden voor een tour om het te vieren, en daarom stond Bryan Adams afgelopen maandag in de Amsterdamse Ziggo Dome.

Via connecties bij Mojo had ik een paar kaarten kunnen regelen, en zo ging ik dus met mijn broer en twee vrienden naar Amsterdam. We zaten bovenin, tweede ring, en die was deels afgesloten. Lekker rustig bij de bar en de toiletten dus en een prima overzicht.

Het eerste deel van het concert speelde hij het hele album Reckless. Hij hield redelijk de volgorde aan van de nummers op het album, maar eindigde met de wat grotere hits (Summer of ’69, Run To You). Mijn broer merkte al op dat Bryan veel maniertjes heeft: zo draait hij zijn hoofd weg van de microfoon bij een uithaal, heeft hij patent op powerchords en gladde intro’s en zit er in vrijwel elk nummer een break.

Desondanks staat het album na dertig jaar nog als een huis. Als je bedenkt dat hij 25 was toen hij het schreef, dan zou ik willen dat ik zoveel talent had als hij op die leeftijd. Opener van het concert was titelnummer Reckless, dat het album zelfs niet heeft gehaald (dankzij Philips volgens Bryan: zij zeiden dat er maar tien nummers (38 minuten) op een CD konden). Het is een fijne rocktrack die ik dus nog niet kende maar die perfect op het album past: vol energie en passie, en het zet de toon van de avond.

Na het eerste deel gaat Bryan door met een greep uit de hits die in het verleden heeft gehad: Please Forgive Me, Cuts Like A Knife, When You’re Gone en ook het iets minder succesvolle 18 Til I Die (met de treffende quote “Someday I’ll be 18 going on 55“) komen langs. Als toegift speelt hij nog eens vijf nummers om akoestisch af te sluiten met All For Love, en een regeltje Christmas Time. Jammer dat hij Back To You niet speelde, maar dat is eigenlijk de enige kritiek die ik had. Ik had het eigenlijk al kunnen weten, omdat hij al wekenlang precies dezelfde setlist speelt. Hij zal ook wel een dagje ouder worden :).

[Live] Benjamin Herman

Benjamin Herman kwartet door Jonathan Herman

Mijn vader is saxofonist. Toen hij ergens in de veertig was (ik was een tiener) bedacht hij dat hij saxofoon moest gaan spelen. Hij begon met lessen, heel veel oefenen in de schuur en stukje bij beetje beter worden. Na een paar jaar durfde hij het aan om bij een band te gaan. In eerste instantie bij een Big Band als onderdeel van een grotere groep, maar later ook bij kleinere gezelschappen. Inmiddels kan je zeggen dat hij zich uitstekend kan redden op de Baritonsax en dat hij al flink wat podiumkilometers heeft gemaakt.

Toen ik dus uitgenodigd werd om bij Benjamin Herman te gaan kijken, hoefde ik geen twee keer na te denken wie ik mee zou nemen: mijn vader natuurlijk. We gingen naar het laatste optreden van de tour, in Benjamins thuisstad Rotterdam, toevallig ook de stad waar mijn vader al ruim twintig jaar werkt. En zo zaten we op Goede Vrijdag dus in De Doelen.

Benjamin speelt deze tour met een kwartet. Hijzelf natuurlijk op de sax, en hij had ook een drummer, pianist en bassist mee. Bij dit slot van de tour merk je goed dat ze op elkaar zijn ingespeeld. Er worden nauwelijks blikken uitgewisseld, iedereen doet zijn ding en Benjamin praat het met flair aan elkaar. Ze spelen nummers uit het gehele oeuvre, van jaren geleden tot nummers die komende zomer gaan verschijnen.

Binnen de set, maar ook binnen de nummers is er een opbouw: het begint rustig maar op een gegeven moment gaat de turbo erop en vliegen ze genadeloos uit de bocht. Je merkt dat alle vier de muzikant pro’s zijn, en heel virtuoos, maar echt toegankelijk wordt het er niet van. De beste momenten zijn vaak de start van de nummers, als Benjamin ze nog in de teugels heeft. Als eerst Benjamin “nootjes gaat vreten” dan is dat het teken voor de anderen om zichzelf te verliezen in hopeloos ingewikkeld spel. Ik kijk mijn vader aan en we begrijpen elkaar: dit is niet helemaal ons gevoel van fijne jazz.

Gelukkig speelt Benjamin ook een paar klassiekers waar hij wel redelijk binnen de lijntjes blijft. Summertime, Lujon uit The Big Lebowski (van Henry Mancini) en de toegift See See Rider zijn wat ons betreft hoogtepunten van de avond.

Gezien: Benjamin Herman, De Doelen (Rotterdam), 18 april 2014

[concert] Veel te weinig London Grammar

IMG_1533

IJzer moet je smeden als het heet is. De manager van London Grammar is zeker bekend met deze uitdrukking, althans met de Engelse tegenhanger. Want London Grammar is sinds het debuutalbum ‘If You Wait’ uitkwam hot en verschijnt overal ten tonele. Australië en thuisbasis Engeland waren al gevallen voor zangeres Hannah Reid, gitarist Daniel Rothman en toetsenist Dominic Major. Amerika is druk bezig, getuige het optreden van het trio bij Jimmy Fallon en nu dus Europa, met Nederland voorop.

Op London Calling 2013 veroorzaakte de band vooraf veel reuring – of hun manager, ook heel goed mogelijk – en naderhand werd het optreden door velen gezien als het hoogtepunt van het tweedaagse festival. Snel werd een clubtour door Europa aangekondigd en vier maanden later staat de band in een uitverkochte Melkweg. In de zomer wordt Lowlands aangedaan, evenals Rock Werchter en zo ben je van een in Nederland volslagen onbekend groepje al bijna een gevestigde naam geworden.

Hey Now is net als op London Calling de openingssong. Sfeervolle dronegeluiden, drumcomputer die onweer simuleert, gitaar met volle echo en daaroverheen de allesomvattende stem van Reid. Een fantastisch nummer dat oneindig kan en mag worden uitgereikt. Zes en een halve minuut met open mond luisteren, het belooft veel. En veel van die belofte wordt ingelost: op de titelsong na spelen de drie alle nummers van hun album, waaronder het prachtige Wasting My Young Years en single Strong.

Geluid en atmosfeer zijn subliem en het publiek luistert nog ademlozer dan tijdens London Calling. Terecht ook, London Grammar speelt intenser en beheerster dan in Paradiso. Maar als na minder dan een uur de laatste noten klinken van de eenzame toegift Metal And Dust, de bandleden daarna niet meer terugkeren en de lichten genadeloos aangaan, voelt het toch alsof ze hun belofte niet zijn nagekomen.

Even voor het einde stelt de band namelijk dat ze vijf minuten hebben tussen dit optreden en een optreden in RTL Late Night bij Humberto Tan. Reid vraagt het publiek of dat een goed programma is; de helft van de aanwezigen vindt van niet. ‘Waarom niet?’ vraagt ze voorzichtig. Het levert een komisch moment op, want een echt eenduidig antwoord komt er niet. ‘Commercieel,’ zegt toetsenist/drummer Major daarom maar.

Daar heeft het alleen niets mee te maken. Het heeft alles te maken met de haast die de band heeft. Veel meer hadden we willen horen van London Grammar: nieuw werk, spannende covers, uitgesponnen versies van ‘oud’ werk (2013), misschien een London Grammar-variant van Help Me Lose My Mind van Disclosure waarop Reid is te horen. Het maakt niet uit: meer. En meer dan alleen je album, graag.

Dat is niet het enige bezwaar. Er waren mensen in het publiek die via een tussenhandelaar meer dan vijftig euro betaalden voor een ticket. Op de avond zelf werden er nota bene nog tickets op sites aangeboden voor 79 euro. Uiteraard moet je zelf weten of je dat er voor wilt betalen – de originele prijs was veertien euro – toch is het een beetje sneu voor die mensen, als je het mij vraagt. Een uurtje is gewoon te kort.

London Grammar kan er vermoedelijk zelf niet zoveel aan doen. Ik ben er zeker van dat ze liever een half uur langer speelden voor hun nieuw vergaarde fans dan een nummertje afraffelen op tv. Laten we de manager er maar de schuld van geven dat Umberto live misplaatste opmerkingen maakt tegen de zangeres, dat RTL ook fijn kan delen in het hypeje en dat zijn drie pupillen van hot naar her worden gesleept omdat ze hot zijn.

Je wenst ijzersterke bands alle succes toe. Maar niet te veel.

Gezien: London Grammar in Melkweg The Max, 3 maart 2014

[live] Counting Crows

Countingcrows

‘Dat die nog altijd bestaan’, kreeg ik als reactie op twitter toen ik meldde dat ik naar het concert van Counting Crows ging, afgelopen dinsdag in de Heineken Music Hall. Ja, ze bestaan nog. ‘Heeft die zanger nog steeds die dreadlocks’, vroeg mijn collega Govrien de volgende dag. Ja, die heeft hij nog steeds. En Adam Duritz, die zanger dus, zingt nog steeds geweldig. Ingeleefd, theatraal en continu variërend op de zanglijnen. En ja, hij draagt de helft van de teksten af en toe nog steeds meer voor dan dat hij ze zingt. En hij heeft de band, na meer dan twintig jaar optreden, volledig in de hand. Adam dicteert en dirigeert, de band volgt en zo is het goed. Counting Crows zijn een loeistrakke band die loopt als een ge-oliede machine. Tot zover niets nieuws. Was het dan alleen een avond vol oude glorie? Eigenlijk wel. Het concert begon met klassieker Round Here, het allereerste nummer op het allereerste album. Wat hebben de heren de afgelopen tijd uitgebracht? De laatste plaat met nieuw werk is alweer vijf jaar oud was niet al te sterk. De nummers daarop worden live grotendeels genegeerd, hoewel Washington Square veel indruk maakt.

De afgelopen jaren volgden twee live-albums en een plaat met covers. Juist die covers zijn af en toe een hinderlijke onderbreking in de show. De band speelt ze graag en goed, maar het publiek zit er niet altijd op te wachten om zo uit het zo vertrouwde Counting Crows-universum gehaald te worden. Zoals vaak willen de fans vooral de bekende klassiekers horen. Die speelt de band dan ook. Mr. Jones, Accidentally In Love en Murder Of One niet. Maar wel Colourblind, A Long December (waar ik ze eeuwig dankbaar voor ben) en Rain King. Dat nummer, afkomstig van hun debuutplaat, heeft een nieuw, dynamisch jasje gekregen. Traditiegetrouw vermengt Adam het halverwege met een ander nummer. In de Heineken Music Hall helaas niet Lippy Kids van Elbow, één van mijn andere favoriete bands, zoals op het onlangs verschenen live album Echoes Of The Outlaw Roadshow. Maar toch: Rain King laat alles horen wat Counting Crows zo goed maakt. En waarom ik ze – na jaren een beetje uit het oog te zijn verloren – weer in mijn armen heb gesloten.

André Hazes

hazes

Afgelopen weekend had ik ineens zin in Hazes. Ik ben normaal niet zo’n liefhebber van het levenslied, maar de liveversie van Geef Mij Nu Je Angst wakkerde wat in me aan.

We kennen natuurlijk de cover die Guus Meeuwis tijdens het afscheid van André Hazes in de Arena zong, en da’s ook een mooie versie. Alleen: zo braaf en perfect gezongen. Precies goed getimed, de woorden precies op de juiste momenten en de goede noten. Als je de versie van André ernaast legt hoor je een groot verschil.

André, in de nadagen van zijn carrière, laat in de bomvolle Arena horen wat een fenomenaal gevoel voor timing hij heeft. Nu eens te vroeg ingezet, en dan weer te laat, maar altijd vol gevoel. En hij speelt ermee alsof het niks is. Hij frommelt hele volzinnen in een korte regel en laat lange stiltes vallen en woorden weg als hij daar zin in heeft. Het gevoel dat hij je er mee geeft is dat hij het meent en dat het recht uit zijn hart komt. En het komt recht mijn hart in en het raakt me. Daarom had ik zaterdag zin in André.