[live] Counting Crows

Countingcrows

‘Dat die nog altijd bestaan’, kreeg ik als reactie op twitter toen ik meldde dat ik naar het concert van Counting Crows ging, afgelopen dinsdag in de Heineken Music Hall. Ja, ze bestaan nog. ‘Heeft die zanger nog steeds die dreadlocks’, vroeg mijn collega Govrien de volgende dag. Ja, die heeft hij nog steeds. En Adam Duritz, die zanger dus, zingt nog steeds geweldig. Ingeleefd, theatraal en continu variërend op de zanglijnen. En ja, hij draagt de helft van de teksten af en toe nog steeds meer voor dan dat hij ze zingt. En hij heeft de band, na meer dan twintig jaar optreden, volledig in de hand. Adam dicteert en dirigeert, de band volgt en zo is het goed. Counting Crows zijn een loeistrakke band die loopt als een ge-oliede machine. Tot zover niets nieuws. Was het dan alleen een avond vol oude glorie? Eigenlijk wel. Het concert begon met klassieker Round Here, het allereerste nummer op het allereerste album. Wat hebben de heren de afgelopen tijd uitgebracht? De laatste plaat met nieuw werk is alweer vijf jaar oud was niet al te sterk. De nummers daarop worden live grotendeels genegeerd, hoewel Washington Square veel indruk maakt.

De afgelopen jaren volgden twee live-albums en een plaat met covers. Juist die covers zijn af en toe een hinderlijke onderbreking in de show. De band speelt ze graag en goed, maar het publiek zit er niet altijd op te wachten om zo uit het zo vertrouwde Counting Crows-universum gehaald te worden. Zoals vaak willen de fans vooral de bekende klassiekers horen. Die speelt de band dan ook. Mr. Jones, Accidentally In Love en Murder Of One niet. Maar wel Colourblind, A Long December (waar ik ze eeuwig dankbaar voor ben) en Rain King. Dat nummer, afkomstig van hun debuutplaat, heeft een nieuw, dynamisch jasje gekregen. Traditiegetrouw vermengt Adam het halverwege met een ander nummer. In de Heineken Music Hall helaas niet Lippy Kids van Elbow, één van mijn andere favoriete bands, zoals op het onlangs verschenen live album Echoes Of The Outlaw Roadshow. Maar toch: Rain King laat alles horen wat Counting Crows zo goed maakt. En waarom ik ze – na jaren een beetje uit het oog te zijn verloren – weer in mijn armen heb gesloten.

Elbow

Elbow

Er is iets geks aan de hand. Ik laat mijn favoriete muziek graag aan anderen horen. Ik deel wel eens een mix-tape-cd uit aan vrienden, ik promoot mooie liedjes graag via facebook, twitter of een bijdrage aan deze muziekblog. Hoe meer mensen ik kan bekeren tot wat ik mooi vind, hoe beter. Maar er zit een limiet aan, zo ontdekte ik laatst. Het moet niet te groot en bekend worden.

Dat merkte toen ik een week of twee geleden in de auto zat en naar 3FM luisterde. De megahit van de week werd gedraaid. Tot mijn verrassing klonk Lippy Kids mijn favoriete band Elbow. Een prachtig gevoelig nummer als voorbode van het nieuw album Build a rocket boys, dat volgende maand verschijnt.

Ik vind Elbow een geweldige band. Het is een groep perfectionistische rasmuzikanten, waarbij ieder geluid en iedere noot doeltreffend is. Ze vinden de perfecte balans, tussen experimenteel en toegankelijk, tussen melancholische ballads en rock. Ze verdienen wat mij betreft een enorm publiek. Stadions vol publiek. Maar ik zie ze zelf liever in De Melkweg (zoals een paar jaar geleden, schitterend concert) dan in een grote hal. Ik gun ze alle succes. Maar liever niet als 3FM Megahit. Ik wil ze ook nog een klein beetje voor mezelf houden.