[live] Thuiskomen met Elbow

Elbow

Elbow in Paradiso. Inderdaad, de band uit Manchester die al 23 jaar bestaat –dus sinds de middelbare school- en in die twee decennia is uitgegroeid tot een van de grootste publiekstrekkers uit Engeland. Die de prestigieuze Mercury Prize en Brit Award won, die in 2012 de olympiërs toezong bij de Spelen van Londen, voor het oog van een miljard tv-kijkers. Die anno 2014 eindelijk de nummer-een-positie in Engeland bereikte met zijn nieuwste album The Take Off And Landing Of Everything. Die band dus, die kwam naar Paradiso, met een capaciteit van 1500 man. Wie dat leest weet eigenlijk al wat het eindoordeel van deze recensie gaat zijn. Geeft niet.

Het was veertien maanden geleden dat ze een fatsoenlijk optreden hadden gedaan en ze waren een beetje zenuwachtig. Ze hadden ‘normale dingen’ gedaan en dit, optreden, ‘is not a normal thing,‘ aldus voorman Guy Garvey. Het maakte dat hij het publiek vroeg om op momenten dat de band het zwaar had zou uitroepen: ‘Everything will be be alright, Elbow.

Het was bepaald niet nodig; van zenuwen was weinig te merken. Garvey, die de kunst verstaat om iedereen, van de eerste rij tot de tweede ring erbij te betrekken met z’n omhelzingen, de onverstoorbare Pete Turner op bas, drummer Richard Jupp, met z’n tong uit zijn mond en de verlegen lachende Potter-broers: ze doen hun kunstje moeiteloos en vlekkeloos, ieder nummer tot in de puntjes verzorgend. In bijna twee uur tijd laat Elbow zien waar het goed in is: een eensgezinde en gemoedelijke sfeer creëren waarin iedereen zich eindeloos wil onderdompelen. Het voelt een beetje alsof je thuiskomt, luisteren naar de nummers van The Seldom Seen Kid (2008) en die van het nieuwste album, aangevuld met de beste liedjes van Build A Rocket, Boys! uit 2011, waaronder The Birds en Lippy Kids.

Het was de vierde keer dat ik Elbow zag optreden: in 2006 in de Melkweg, in 2011 op Rock Werchter en in de HMH en nu dus in een exploderend Paradiso. Het voelt bijna vertrouwd. Elke keer was het optreden prachtig, hoewel ik nu toch wel stiekem een beetje zit te wachten op het moment dat de band weer wat van de eerste drie albums in zijn set opneemt. Cast Of Thousands (2003) was de plaat die me greep, Leaders Of The Free World van twee jaar later vind ik ook zeer geslaagd, met veel energieke nummers die een prettig contrast zouden kunnen vormen met het rustige werk van daarna.

Maar goed, dit is gezeur van iemand die denkt dat ie alles gezien heeft. Laten we wel wezen: het was gewoon fantastisch en ik mag me gelukkig prijzen dat ik vrienden heb die zo goed waren om kaartjes voor dit unieke concert te regelen, zonder zelf te gaan, dat ook nog eens! Ik schrijf het bij op het (steeds verder uitdijende) lijstje van beste concerten ooit. Locatie een tien, uitvoering een tien, sfeer een tien, klein albino’tje een tien, set een acht. Cijfers om mee thuis te komen, zou ik zeggen.

Gezien: Elbow in Paradiso 18 maart 2014

Een mooie samenvatting van het concert is hier terug te zien.

Rewind The Film

MSP-2013-by-Alex-Lake-triptych-colour-instruments

De Manics hebben een nieuw album, Rewind The Film. Het is een ander album dan je zou verwachten. Ze zijn meer de akoestische kant op gegaan, en dat is een prettige ontwikkeling.

Ik wist natuurlijk al dat de Manic Street Preachers mooie liedjes konden schrijven. Black Dog On My Sholder van This Is My Truth, Tell Me Yours is een van de mooiste die ken. Ook op Rewind The Film staan weer een paar prachtige nummers. De Manics krijgen op dit album ook meer hulp van gastzangers en -zangeressen, die allemaal op hun eigen manier echt wat bijdragen.

Op het album wordt meer gebruik gemaakt van orkestrale arrangementen. Prachtige strijkorkesten, groepen met blazers, ze laten horen waarom ze al jarenlang tot de beste bands van Engeland behoren. Als je van Elbow houdt, dan vind je Rewind The Film vast ook een goede plaat.

[live] Counting Crows

Countingcrows

‘Dat die nog altijd bestaan’, kreeg ik als reactie op twitter toen ik meldde dat ik naar het concert van Counting Crows ging, afgelopen dinsdag in de Heineken Music Hall. Ja, ze bestaan nog. ‘Heeft die zanger nog steeds die dreadlocks’, vroeg mijn collega Govrien de volgende dag. Ja, die heeft hij nog steeds. En Adam Duritz, die zanger dus, zingt nog steeds geweldig. Ingeleefd, theatraal en continu variërend op de zanglijnen. En ja, hij draagt de helft van de teksten af en toe nog steeds meer voor dan dat hij ze zingt. En hij heeft de band, na meer dan twintig jaar optreden, volledig in de hand. Adam dicteert en dirigeert, de band volgt en zo is het goed. Counting Crows zijn een loeistrakke band die loopt als een ge-oliede machine. Tot zover niets nieuws. Was het dan alleen een avond vol oude glorie? Eigenlijk wel. Het concert begon met klassieker Round Here, het allereerste nummer op het allereerste album. Wat hebben de heren de afgelopen tijd uitgebracht? De laatste plaat met nieuw werk is alweer vijf jaar oud was niet al te sterk. De nummers daarop worden live grotendeels genegeerd, hoewel Washington Square veel indruk maakt.

De afgelopen jaren volgden twee live-albums en een plaat met covers. Juist die covers zijn af en toe een hinderlijke onderbreking in de show. De band speelt ze graag en goed, maar het publiek zit er niet altijd op te wachten om zo uit het zo vertrouwde Counting Crows-universum gehaald te worden. Zoals vaak willen de fans vooral de bekende klassiekers horen. Die speelt de band dan ook. Mr. Jones, Accidentally In Love en Murder Of One niet. Maar wel Colourblind, A Long December (waar ik ze eeuwig dankbaar voor ben) en Rain King. Dat nummer, afkomstig van hun debuutplaat, heeft een nieuw, dynamisch jasje gekregen. Traditiegetrouw vermengt Adam het halverwege met een ander nummer. In de Heineken Music Hall helaas niet Lippy Kids van Elbow, één van mijn andere favoriete bands, zoals op het onlangs verschenen live album Echoes Of The Outlaw Roadshow. Maar toch: Rain King laat alles horen wat Counting Crows zo goed maakt. En waarom ik ze – na jaren een beetje uit het oog te zijn verloren – weer in mijn armen heb gesloten.

Daughter

Daugher

Vorig jaar was ik op Pinkpop. Dat was mijn eerste meerdaagse festival -ever-. Met in de line-up persoonlijke favorieten Coldplay, Foo Fighters, Kings of Leon, Deadmau5, Elbow, White Lies, Laura Jansen, Justin Nozuka en Band of Horses, was het gewoon geen optie om niet te gaan. En ik moet zeggen, het was het meer dan waard! Ook al blijf ik zelf denk ik toch meer een concerten-man, ik vond 3 dagen met een tentje op een festival geen onprettige ervaring. En ook al was ik blij dat ik weer naar huis kon, dit was met recht mijn beste Pinkpop ooit. Veel optredens waren indrukwekkend, sommige zelfs legendarisch. Hurts, Elbow, White Lies en Band of Horses kregen het publiek in een trance. De optredens van Coldplay, Foo Fighters en Deadmau5 waren zoals verwacht van epische proporties en Two Door Cinema Club en Go Back to the Zoo bleken de verrassingen te zijn met energieke en festivalwaardige optredens op het grote podium.

Dit jaar vond ik de line-up toch veel minder sterk dan gemiddeld. Weinig echte festivalacts, weinig bands die voor een verrassing konden zorgen, of iets konden laten broeien op het veld, ook al was het weer er wel naar. En van Bruce “The Boss” Springsteen word ik zelf ook niet erg warm, dus heb ik heb dit jaar Pinkpop weer heerlijk vertrouwd vanaf de bank bekeken. En kwam toen inderdaad ook tot de conclusie dat ik eigenlijk alleen de optredens van Mumford & Sons en Keane de moeite waard had gevonden om echt bij te zijn.

In 1992 traden Pearl Jam op Pinkpop op. Voor veel mensen het beste Pinkpop optreden allertijden. Ikzelf heb Pearl Jam nog nooit live zien spelen. Dat gaat er dit jaar eindelijk van komen, als de kaarten goed aankomen vanuit Engeland, dan spelen ze in het nieuwe Ziggodome en ben ik er bij. Ik hoop dat ze het nog een beetje kunnen, die oude mannen, en dat ze nog een beetje rocken. Naast rock zullen ze vooral veel mooie rustige liedjes spelen, denk ik, want daar hebben ze er inmiddels ook veel van. Daughter is een nummer van hun tweede album, Vs., en is voor mij toch wel een van hun klinkende klassiekers.

Daughter is óók een nieuw alternatief pop bandje uit Londen bestaande uit Elena Tonra, Igor Haefeli & Remi Aguilella. Ik heb laatst op Bandcamp hun EP The Wild Youth aangeschaft, omdat ik ergens een nummertje opgepakt had dat ik wel erg lekker vond klinken. Nu kwamen ze weer voorbij op MySpace en vroeg ik me af of ze eigenlijk al een beetje aan het doorbreken waren, want hun liedjes zijn erg fijn en verdienen wel succes. Maar tot mijn verbazing staat Daughter in Nederland nog niet zo op de radar, ook al traden ze vorig jaar op in het voorprogramma van Ben Howard, inmiddels zelf ook geen kleintje meer. Jammer, want ik denk dat ze een blijvertje zijn en net zoals Ben ook een ideale kandidaat om bijvoorbeeld volgend jaar in de tent op Pinkpop het publiek te verrassen, te betoveren en eindelijk weer eens iets fris op het Pinkpoppodium neer te zetten. Hun debuut album wordt verwacht in begin 2013, dus dat biedt mooie kansen. Ideetje, Jan?

Best of 2011

Schermafbeelding 2015-10-28 om 19.46.11

Albums
Het einde nadert, tijd voor een terugblik. De beste albums zie je hierboven. Elbow was voor mij echt een ontdekking dit jaar (ondanks dat Sytse ze al tijden bij me naar binnen probeerde te duwen), en dat is hem met het concert in de HMH definitief gelukt. Bedankt nog daarvoor. Verder in de top 10 ontdekking Ed Sheeran, Justice en Chilly Gonzales. Uiteenlopend maar toch allemaal artiesten die hun eigen stijl hebben en weinig afkijken van anderen. Opinieleiders, beïnvloeders.

Doorbraak
Verder wil ik ook nog maar een keer aandacht vragen voor Big Sleep/The Slowdown/Talkhouse (ze veranderen zo ongeveer elke paar maanden van naam). Ondanks dat er slechts twee tracks van ze te vinden zijn op het web, ze nauwelijks live optreden en ze geen website hebben vind ik ze zo veelbelovend dat ik ze echt tot dè doorbraak van 2011 wil bestempelen.

Verlies
R.E.M. ging uit Elkaar, maar nog erger was de dood van Amy. Ze was talentvol, had een eigen geluid en leefde voor haar muziek. Als ze langer had geleefd en was afgekickt hadden we nog lang van haar kunnen genieten. Eeuwig zonde.

Evenement
Hoogtepunt voor mij was dit jaar het ADE. Vier dagen lang rondlopen tussen alles wat muziek ademt, alle speeches en rondetafelsessies als een spons opzuigend. Als ik eerder had geweten dat ik ook ‘s avonds naar alle feestjes mocht, had ik daar zeker mijn programma op aangepast. En als het even kan, ga ik volgend jaar weer!