Bombay

In mijn tienerjaren ben ik bassist geweest. Ik speelde in een bandje met wat mensen van school. Het mag geen naam hebben.

Oorspronkelijk was ik geen bassist maar had ik gewoon gitaarles op een Spaanse gitaar. Op een gegeven moment kon mijn vader voor een prikkie een drumstel en een basgitaar van iemand overkopen, en sindsdien was ik basgitarist. Beviel me ook beter: minder snaren, tegenritmes spelen en dus meer creativiteit. Als de juiste noot op het begin van de maat maar gespeeld werd kon ik voor de rest lekker m’n gang gaan. In het bandje nam ik ook al gauw de tweede stem op me, maar nadat iedereen geslaagd was ging het heel snel bergaf met mijn carri√®re.

De basgitaar nam ik mee naar mijn studentenkamer, waar ik nog af en toe meespeelde met nummers. Een band kwam er niet meer van en toen een jaar of wat later de broer van m’n huisgenoot, Gijs, aanbood om m’n basgitaar over te kopen ging ik er maar wat graag op in. Ik heb de basgitaar zelfs nog bij hem thuis afgeleverd.

Gijs is inmiddels wat bands verder, maar begint nu echt serieus aan de weg te timmeren. Z’n band Bombay stond vorige week in DWDD, dit weekend op Grasnapolsky en donderdag presenteren ze hun debuutalbum Show Your Teeth in Amsterdam. De komende maanden gaan ze op clubtour door Frankrijk, Duitsland en Nederland en het zou me niets verbazen als ze daarna nog een aantal festivals aandoen.

Maar of Gijs m’n basgitaar nog steeds heeft, dat weet ik niet ūüôā

Bruno Mars

Bruno Mars

Als er iemand de nieuwe King of Pop is, dan is Bruno Mars het wel.

Ook al heeft hij pas twee albums uitgebracht, alles wat hij doet verandert steevast in goud. Vrijwel elk nummer wat hij uitbrengt wordt honderden miljoenen keren gedraaid op Spotify, tijdens de Superbowl verbaasde hij vriend en vijand. En nu werkt hij samen met nog zo’n hitmachine: Mark Ronson (die we kennen van o.a. Valerie van Amy Winehouse).

Het nummer wat ze maakten heet Uptown Funk, en funky, dat is precies wat het is. Gitaar-riffs zoals disco-man Nile Rodgers ze alleen zou kunnen, funky baslijnen zoals Jamiroquai ze heeft en trompetjes zoals Michael Jackson ze in zijn beste jaren uit zijn mouw schudde. Het nummer ademt jaren-zeventig en -tachtig disco, en dat terwijl Bruno Mars toen nog niet eens geboren was. Met zijn 29 heeft hij zijn beste jaren nog voor zich en ik hoop dat hij net als Pharrell nog veel gaat samenwerken en catchy liedjes blijft maken.

Random Access Memories

random-access-memories-album

Het album waar ik het meest naar uitkeek dit jaar is zonder enige twijfel de nieuwe van Daft Punk. Na de studioalbums Homework, Discovery, en Human After All, de soundtrack van Tron Legacy en twee livealbums is het inmiddels het zevende album dat (vanaf volgende week) te krijgen is. Eergisteren lekte het album uit en was het te beluisteren op itunes, grooveshark en op andere plekken. En dit vind ik er van.

Het album is Disco met een hoofdletter D. Niet zo vreemd, want koning Disco Nile Rodgers, de man die met Chic¬†zo’n beetje de disco uitvond, heeft een stevige vinger in de pap op Random Access Memories. Zijn herkenbare gitaarriffs zijn veelvuldig te horen en je merkt ook dat het voor het eerst is dat Thomas en Guy in een fatsoenlijke studio hun muziek opnemen. Er wordt een stuk minder gesampled van andere artiesten, lijkt het. Desondanks voelt het bij veel liedjes alsof je het eerder hebt gehoord.

De titel is niet voor niets een verwijzing naar het verleden. De jongens grijpen terug op hun herinneringen en ook oude elektronische helden Giorgio Moroder en Paul Williams doen een bijdrage op het album. Verwijzingen naar de seventies en eighties zijn niet van de lucht, en af en toe lijken ze ook te verwijzen naar eigen ouder werk. The Game of Love klinkt heel erg als Something About Us van Discovery, terwijl Motherboard weer zo op de Tron-soundtrack had kunnen staan. Bij veel nummers krijg ik het gevoel dat ik ze al ken, zoals eerder gezegd.

Ook heb ik het idee dat ze bij het maken van de liedjes al in gedachten hebben gehad hoe ze ze live kunnen brengen. Tijdens de livetours van ’97 en ’07 maakten ze een soort medleys van hun werk, en bij sommige nummers van Random Access Memories heb ik al een idee met welke nummers ze gemengd gaan worden. Get Lucky past een op een met Harder Better Faster Stronger en Doin’ It Right past weer goed bij Television Rules The Nation (of bijna elk Human After All-nummer).

Ook visueel is Random Acces Momories een verwijzing naar het verleden. Zwarte hoes met één herkenbaar beeld, dat kennen we van Dark Side Of The Moon, en de geschreven letters doen weer denken aan Thriller. Maar of ze die verwijzing zo bewust hebben gemaakt, dat blijft natuurlijk gissen.

Overall kan ik zeggen: het album is lekker. Hoewel de verwachtingen extreem hoog waren, vind ik geen enkel nummer tegenvallen en heb ik het idee dat Daft Punk disco naar de 21e eeuw heeft gebracht. Het is een welkome afwisseling, de band die dicht bij zijn roots en eigen geluid blijft, tussen al het dubstepgeweld en de richting die de pop tegenwoordig opgaat. Ze laten horen dat robotstemmen ook gevoel kunnen hebben.

Daft Punk ft. Julian Casablancas – Instant Crush

Supercar

SupercarGattiger

Er zijn van die one-hit-wonders, die zijn zo obscuur dat zelfs de kenner ze niet meer herinneren. Van die liedjes die √©√©n keer op radio zijn geweest en daarna nooit meer worden gedraaid. Tonite is zo’n nummer. Hij schopte het niet verder dan de tipparade.

De Italiaanse producer Alex Gaudino bracht het nummer eind jaren negentig uit onder het pseudoniem Supercar en mijn broer en ik waren er meteen weg van. De Franse italodisco-invloeden waren niet van de lucht en het paste perfect in het rijtje Cassius en Daft Punk. Goeie beats, een vervormde stem en gewoon een lekkere drive. In Itali√ę is het een flinke hit geweest, mede dankzij de sample uit de tekenfilm Supercar Gattiger die velen daar herkenden uit hun jeugd. Het origineel is overigens toegeschreven aan Superobots and Rocking House, die op hun beurt weer soundtrackkoning Ennio Morricone sampleden.

Briljante Baslijn: Ain’t No Stopping Us Now

mcfaddenwhitehead

Twee keer per week sta ik in de sportschool op kantoor. Om het sporten wat te verlichten, heeft onze fysio een playlist gemaakt met wat fijne hitjes. Een van de hitjes is het oude Don’t Call Me Baby van Madison Avenue. Een eendagsvlieg die dankzij deze hit een International Dance Award won, voor Destiny’s Child, ‘N Sync, Britney en Madonna.

Ik wist dat de basis van het nummer gesmapled was van een redelijk obscure Italo track, Ma Quale Idea van Pino D’Angio, omdat hij voorkomt op het mixalbum Back To Mine van R√∂yksopp. Ma Quale Idea is een echte discohit geweest. Maar wat ik niet wist, is dat Pino de baslijn ook weer had geleend.

Het origineel komt namelijk van Ain’t No Stopping Us Now van McFadden & Whitehead. Hoewel ook dat een heel bekend nummer is, was het me nog niet opgevallen dat hij daar vandaan kwam. Het is voor McFadden & Whitehead hun doorbraak geweest, en hierna hebben ze nog een aantal kleinere hits gehad.

Tot slot heeft de baslijn ook een invloed gehad in de Hiphop-scene. Jocko Henderson¬†was de eerste hiphopper uit Philadelphia die hem gebruikte in Rhythm Talk en eind jaren ’70 zo als een van de eerste niet-New Yorkers ook hiphop populair maakte.