[concert] Kings of Convenience (A sides)

kings of convenience paradiso

Zaterdag 7 april 21:00, Paradiso Amsterdam. Eindbaas Victor en ik zijn er helemaal klaar voor. Voor Duurt Lang zijn de Kings Of Convenience geen onbekende: sinds de Röyksopp mix van I Don’t Know What I Can Save You From (blogpost alhier) is er voorzichtig kennisgemaakt met het verdere repertoire van de Kings. Ik was al snel behoorlijk enthousiast over de liedjes, zowel de composities als de teksten vind ik prachtig. Vandaar dat ik erg benieuwd was hoe ze het er in een stampvol (het concert was binnen een dag uitverkocht) Paradiso vanaf zouden brengen.

Het duo begon met een vertrouwde set: alleen hun gitaren en stemmen waren het eerste uur te horen. Hun muzikaliteit kwam hier goed tot uiting: geen noot verkeerd en alles in een perfect ritme! Tussen de nummers kwamen wat leuke anekdotes en persoonlijke ervaringen voorbij, en algauw hadden ze het publiek helemaal aan hun kant.

Op het podium stonden echter nog een extra gitaar, een basgitaar en een drumstel klaar. Onder luid applaus kwam een deel van de Nederlandse band GEM op om een aantal liedjes mee te spelen. Ze hadden elkaar slechts 6 uurtjes vantevoren ontmoet, maar daar was niets van te merken. I’d Rather Dance With You kreeg een begeleiding die het verdiende, en heel het publiek stond heerlijk te dansen op dit nummer. Hierna volgden nog een aantal vlotte nummers.

Als toegift hadden de mannen een remix van het nummer Rule My World bedacht. De Noorse DJ Verfeld heeft een lekkere beat onder dit nummer gezet zonder afbreuk te doen aan de orginele opbouw. Terwijl Eirik meespeelde op de gitaar, maakte Erlend gebruik van dit moment om het publiek nog een beetje extra op te stoken. Een prima knaller om de fantastische avond mee af te sluiten!

[live] The Shins rocken nog!

Vijf jaar na hun laatste album ‘Wincing The Night Away’ zijn The Shins terug. Hun nieuwste productie getiteld ‘Port of Morrow‘ verscheen eerder deze maand op het label Columbia. Dit label bracht in 2010 het album van Broken Bells, de succesvolle samenwerking tussen Shins-frontman James Mercer en producent Danger Mouse. Bij Columbia zal een nog breder publiek in contact kunnen komen met muziek van The Shins.

De breuk met het Sub Pop-label twee jaar geleden bleek de aankondiging van meer veranderingen voor Mercer en zijn band, die in 2012 een voorlopig eindstadium hebben bereikt. Een nieuwe samenstelling, waarbij alleen de frontman aanbleef, een nieuw geluid zonder de hoekige rifjes, mét electro, hapklare refreinen en zelfs hier en daar een koortje.

Recensenten konden het opzichtige aanschuren tegen de popmuziek op Port of Morrow niet allemaal even goed waarderen. En voor de fans van het eerste uur moet het wel een beetje schrikken zijn geweest, de dreigende afslag naar de mainstream. Dat weerhield de volgers van de band er echter niet van om massaal naar de Melkweg te komen om het eerste Nederlandse Shins-concert in vijf jaar te bezoeken. Want het blijft natuurlijk een bijzonderheid, deze indie- rockpioniers te zien, ookal is voor de puristen de band niet meer hetzelfde.

Met Kissing The Lipless van het album Chutes Too Narrow (2003) als energieke opener, gevolgd door een andere klassieker, Caring Is Creepy van hun debuutalbum Oh Inverted World! (2001) zetten The Shins de toon voor de avond. Stevig, enthousiast, strak en luid, dat is hoe The Shins wilden klinken. Compact, no-nonsense en allesbehalve gladjes. Het leek alsof de band muzikaal iets recht te zetten had ten opzichte van de kritiek op Port of Morrow. Modest Mouse-drummer Joe Plummer nam hierin het voortouw, aangevuld door de bassist van Chrystal Skulls, Yuuki Matthews en toetsenist Richard Swift. Gitariste Jessica Dobson, in haar spel dienend en recht-toe-recht-aan, zocht nadrukkelijk contact met het publiek. Toen tijdens Bait And Switch, van het laatste album, een glimlach doorbrak op het gezicht van Mercer, werd ook het spelplezier van de band zichtbaar. Een hecht collectief, ookal zijn ze overal vandaan geplukt, dat is wat de zanger heeft gesmeed voor deze tour: een collectief dat kan rocken.

Probleemloos vermengde de band het oude werk met de nieuwe nummers, die veel krachtiger klonken zonder de zoete opsmuk van het album. ‘I’m feathering them in,’ zei de zanger over de nieuwe aanwinsten. Inderdaad, hij deed het met beleid. Na twee nummers van Wincing The Night Away en het weeskindje Sphagnum Esplanade, speelde de band het eerste en beste nummer van Port of Morrow, The Rifle’s Spiral, een instant Shinsklassieker. September, No Way Down en It’s Only Life zijn wat zoetige niemendalletjes, maar het publiek ontving het nieuwe werk welwillend. New Slang en een heerlijk uitgerekte versie van knaller Sleeping Lessons vormden een fijne afsluiter vóór de toegift. Die bestond uit een mooie akoestische versie van Young Pilgrims, Mercers persoonlijk favoriet titelsong Port Of Morrow en tot slot One By One All Day, wederom van het debuutalbum.

Al met al een zeer gevarieerde avond die volledig in balans was. De uitgekiende opbouw, de sound en het aanstekelijke enthousiasme zorgden ervoor dat De Melkweg het erg naar zijn zin had; iedereen kreeg waarvoor hij of zij was gekomen.
You’re not invisible now | You just don’t exist‘, het gaat nog niet helemaal op wat Mercer zingt op Rifle’s Spiral. Met dit optreden lieten The Shins zien dat ze er wel degelijk nog zijn en dat ze de rock nog lang niet vaarwel hebben gezegd.

Deichkind Live: Wir sind Illegale Fans

In 2010 schreef ik al over het Duitse Deichkind. Aanstekelijke electropop met komische teksten. De Jeugd van Tegenwoordig meets Rammstein. Op YouTube draaide ik de energieke liveshows grijs. Hopend op een bezoek aan ons land. Tevergeefs. Dus er zat maar één ding op: Naar Duitsland!

Zodoende reisde ik afgelopen weekend af naar de Westfalenhallen te Dortmund. Ik ging met mijn beste concertvriend. Wij zagen ooit nog de Urban Dance Squad en Beastie Boys op één avond. (Dat is 20 jaar geleden. Damn, ik word oud!)
We waren bang dat we uit de toon zouden vallen, wij als Hollanders bij een Duits feestje; indringers, Illegale Fans. Maar dat gevoel viel snel weg. Wat een gemêleerd publiek! Van dronken tieners tot Ray Ban-dertigers:  Werkelijk heel het stadion was één groot feest. 10.000 fans van voor tot achter schalden de lompe lyrics mee als slogans: ‘Kein Gott, Kein Staat, Lieber was zu Zaufen!’ Tot ver op de tribunes werd met confetti gegooid. Haha, wat een feest.

De mannen van Deichkind hadden ook uitgepakt. Want als je live alleen maar over een audiotrack rapt, moet je visueel uitpakken! En dat deden ze: Fantasierijke kostuums van leggings en vuilniszakken, lichtgevende piramidehoedjes, boyband-dansjes… tot slot reden ze op een enorm biervat de zaal binnen: “Roll dat Fass rein!” Tja, je had erbij moeten zijn.

Kneiterhits, een geweldig positief publiek en een show vol zelfspot. Dit was de reis meer dan waard!
Of zoals ze zelf zeggen in hun laatste hit: “Die Platte von Deichkind war nicht so mein Ding, Doch ihre Shows sind… Leider Geil.“

Deichkind – Illegale Fans

Deichkind – Leider Geil (Leider Geil)

Natalia Jayden

nataliajayden

Woensdagavond heb ik mogen genieten van Natalia Jayden. Deze van oorsprong Poolse zangeres is begin januari uitgeroepen tot 3FM Serious Talent. Woensdag liet ze in de Paradiso een aantal van haar nummers horen, waaronder haar pakkende nieuwe single Finish Line.

Natalia heeft een mix laten horen van gevoelige ballads en swingende popliedjes. De drie kwartier die ze gespeeld heeft, heb ik geen moment stil gestaan. Haar huidige producent Martin Terefe schreef terecht dat Natalia erg goed is in het schrijven van pakkende deuntjes.

Natalia kan veel met haar stem. In haar liedjes varieert ze dusdanig in haar melodielijnen dat ze zowel de laagte als de hoogte in kan. Ze doet denken aan Duffy, met de kopstem van Adele en de feel van Sia. Wat tegenviel was Natalia’s interactie met het publiek. Ze verontschuldigde zich meerdere malen en probeerde geforceerd het publiek mee te laten bewegen en zingen. Als dit door onzekerheid komt, dan hoop ik dat ze die onzekerheid laat varen. Ze heeft talent genoeg om de ster te worden die in haar zit.

OWC

offworldcolonies

Het was 1997. Samen met een paar vrienden uit mijn klas ging ik naar mijn allereerste concert ooit. We gingen naar Tivoli en ik nam de plattegrond van Utrecht mee, omdat we niet wisten waar het precies was. Ik was nog nooit in Tivoli geweest. Het bleek een mooie zaal waar ik later nog menig feestje meemaakte.

De band waar we voor gingen is het Zweedse Kent. Halverwege de jaren negentig braken ze Europees enigszins door, met vertaalde albums. Deze albums hadden dezelfde muziek, maar de zang was in het Engels in plaats van het Zweeds. De vertalingen waren knap gedaan, want je merkte nauwelijks dat het lied niet in de oorspronkelijke taal werd gezongen. Dit hielden ze twee albums vol (Isola en Hagnesta Hill), maar daarna zijn ze toch maar weer teruggestapt naar het maken van enkel Zweedstalige muziek. Jammer.

OWC (Off World Colonies – een verwijzing naar de film Blade Runner) is een van hun meest gevoelige nummers, en lekker herfstig en melancholisch.