Duurt Lang

13.08.2014 | 0 reacties
Bart-Jan | Bart-Jan Kazemier
Tweet this | Share this | Pin It

album review, gastblog, live recensie, male singer/songwriter
, , , , , ,

[Live] Inside en Outside met Novastar

13.08.2014 | Bart-Jan | Bart-Jan Kazemier

NovastarParadiso01

Hij nam er even de tijd voor. Zes jaar moest het duren voor Novastar (Joost Zweegers) met een nieuw studio-album op de proppen kwam, maar daar is het dan eindelijk. Titel: Inside Outside, producer: John Leckie (o.a The Bends van Radiohead, Z van My Morning Jacket). In alles ademt het vierde album van de Belgische singer/songwriter ambitie en groei. Het geluid klinkt voller, de stem is dynamischer en veel meer onderdeel van de muziek, de teksten zijn minder gekunsteld.

Een tour kon niet uitblijven. Voor de Noord-Hollandse liefhebber van zijn muziek verzorgde Novastar twee concerten: in april in Paradiso (binnen) en in augustus in het Amsterdamse Bos (buiten). Of dat gezien de titel van het album bewust zo gepland is? Vermoedelijk niet, maar voor deze recensie doen we even alsof dat wel zo is.

Paradiso is de beroemde ruimte met zijn prachtige akoestiek en een intieme sfeer, ondanks dat zij geschikt is voor wel 1500 bezoekers. Het BosTheater is… tja een theater in het bos, met dezelfde capaciteit aan (Spartaanse) zitplaatsen. Verder houden de overeenkomsten wel op. Zulke verschillende locaties, welke invloed heeft dat op een concert van Novastar?

Wel, wat meteen opvalt is de aandacht van het publiek Outside: die is veel gerichter. De mensen lijken veel geconcentreerder te luisteren. Gek genoeg verwacht je eenzelfde concentratie van de vierkoppige band, maar die ontbreekt juist. Novastar speelt heel losjes, zelfs een beetje rommelig hier en daar. “Ik geef wel aanwijzingen. Daar ben ik goed in,” zegt hij grappenderwijs tegen zijn bandleden, maar dat blijkt buiten niet overbodig. Binnen is de band vanaf het begin echter enorm gefocust en houdt het tempo van het optreden hoog. Geen onnodige uitstapjes of gebabbel.

NovastarBos01

Buiten heeft Novastar juist veel praatjes. De zanger vraagt het publiek: “Eerst een meezinger en dan een mooi liedje of andersom?” Hij onderbreekt abrupt een nummer als iemand er iets doorheen roept en zet zonder omzien een ander nummer in, om even later het eerste weer op te pakken. Het lijkt erop dat de buitenlocatie hem dwingt om veel meer het contact met het publiek te zoeken. De band moet het letterlijk en figuurlijk opwarmen en daarbij een flinke afstand overbruggen.

Binnen is dat niet nodig. Mars Needs Woman, Because en When The Light Go Down worden hartstochtelijk meegezongen. De intimiteit van Inside geeft veel meer een gevoel van saamhorigheid, alsof je als publiek en band sámen iets aan het doen bent, terwijl je buiten echt passief naar een voorstelling zit te kijken. Zeker, het is enorm sfeervol, het wiegen van de bomen, de feestlichtjes en de Mini waar je koffie kunt halen, maar de echte connectie is er voor een liedjesband als Novastar moeilijk te bewerkstelligen.

De sets lijken qua nummerkeuze op elkaar, maar waar de Belg er binnen voor kiest om zijn hits Wrong, Lost & Blown Away en The Best Is Yet To Come pas als toegift te geven, presenteert hij die nummers buiten lopende het hele concert. Een echte (traditionele) opbouw ontbreekt, zodat er uiteindelijk niet echt een hoogtepunt is te ontdekken. Never Back Down van het album Another Lonely Soul is de allerlaatste toegift. Een sterk nummer, maar wanneer drummer en bassist ontbreken, omdat ze gewoon van het podium zijn verdwenen en niet door lijken te hebben dat het concert nog aan de gang is, dan boet het wel erg in aan kracht. Binnen was dat onmogelijk geweest.

Samengevat: Outside voelden we ons een beetje een outsider, terwijl je bij een concert graag een insider wilt zijn. Maar! Er is Inside én Outside wel één constante en dat is Zweegers zelf. De energie, het fanatisme en het enthousiasme van de zanger zijn geweldig. De wil om er iets moois van te maken spat van zijn gezicht af en daarvoor hij is bereid om zichzelf binnenstebuiten te keren. Waar hij in de toekomst ook gaat spelen, daar komen we met plezier voor terug.

Gezien: Novastar in Paradiso, 22 april 2014; het Amsterdamse Bos, 10 augustus 2014

27.04.2014 | 0 reacties
Bart-Jan | Bart-Jan Kazemier
Tweet this | Share this | Pin It

Disco, gastblog, live recensie
, , , , ,

De Discografie van Broken Bells

27.04.2014 | Bart-Jan | Bart-Jan Kazemier

BrokenBellsIMG_1691

‘After The Disco’ heet het tweede album van Broken Bells, het samenwerkingsverband tussen Shins-voorman James Mercer en producer Brian ‘Danger Mouse’ Burton. Een vreemde combinatie zou je denken, maar dat het werkt, indie en futuristische electro, dat bewees het duo al in 2010 met het debuutalbum ‘Broken Bells’, waarmee het veel lof (o.a. een Grammy-nominatie) oogstte. Het wachten was op de opvolger en die heet dus niet voor niks zo. ‘Disco’ is het motief dat de twee multi-instrumentalisten door het hele album weefden.

We horen een beetje Bee Gees, een beetje ABBA met een donker sausje, de Beatles, een beetje… ja wat is het eigenlijk? Dat is nou Broken Bells. Luister naar het eerste nummer Perfect World van het nieuwste album en je begrijpt het. De band van vier, Mercer en Burton plus een drummer/bassist en een toetsenist/gitarist, opent er de avond in de Melkweg mee, met op de achtergrond een hallucinerende projectie van een vlucht door de ruimte, langs planeten en sterren. Een typische Broken Bells-productie met een uptempo beat, een synthesizer en een herkenbare melodielijn, aangevuld met een neuriënd koortje en een Shins-gitaarrif.

Mercer spreekt af en toe kort het publiek toe, maar het is duidelijk dat de muzikanten hebben besloten om er een strakke show van te maken, zonder te veel uitstapjes. Het werkt; de gekke, witte frames om de keyboards, de science-fiction dome in het midden van het podium, de vervreemdende animaties en schaduwen die tegen de achterwand worden geworpen, de uitgekiende lichtshow: er is echt over nagedacht. Het voelt al met al alsof je op een jaren tachtig-feestje bent beland, maar dan in 2035. Een beetje bizar, maar op een coole manier.

Belangrijker nog voor het concept en voor de luisteraar: het viertal weet het complexe geluid van het album (waarop Burton en Mercer alles zelf hebben ingespeeld) heel knap te benaderen. Dat geldt trouwens voor beide albums, want Broken Bells heeft een volle setlist samengesteld: 22 nummers bracht het duo tot zover uit en daarvan speelt het er in de Melkweg maar liefst 17. We horen onder andere The High Road, The Ghost Inside en Mongrel Heart van het oude album en van de nieuwe, eerlijke gezegd wel minder overtuigende plaat, het nummer Medicine, waarop Brian Burton aan het slot nog even op een xylofoontje tingelt. Een leuke verrassing halverwege is Meyrin Fields, dat in 2011 als EP werd uitgebracht. Ook al zo’n nummer met een vreemd, maar cool smaakje.

Een fijn concert om bij te wonen. Strak gespeeld en heel zuiver gezongen. Anderhalf uur kon er lekker gedanst worden en waren bijna alle nummers te horen die Broken Bells tot op heden heeft geschreven. En dat allemaal in een paars-roze disco-haze. Dan is er maar één woord dat me te binnen schiet: discografie. Voor nu was het heel feestelijk en gingen we met een prettig gevoel naar huis. Maar ik zie persoonlijk wel uit naar wat de band daadwerkelijk After The Disco gaat maken. Is het allerlaatste nummer van het album, The Remains Of Rock & Roll, een muzikale hint?

Gezien: Broken Bells in Melkweg The Max, dinsdag 1 april 2014

19.04.2014 | 0 reacties
Victor | Jonathan Herman
Tweet this | Share this | Pin It

ingezonden stukken, instrumentaal, jazz, live recensie, male singer/songwriter
, , , , ,

[Live] Benjamin Herman

19.04.2014 | Victor | Jonathan Herman

Benjamin Herman kwartet door Jonathan Herman

Mijn vader is saxofonist. Toen hij ergens in de veertig was (ik was een tiener) bedacht hij dat hij saxofoon moest gaan spelen. Hij begon met lessen, heel veel oefenen in de schuur en stukje bij beetje beter worden. Na een paar jaar durfde hij het aan om bij een band te gaan. In eerste instantie bij een Big Band als onderdeel van een grotere groep, maar later ook bij kleinere gezelschappen. Inmiddels kan je zeggen dat hij zich uitstekend kan redden op de Baritonsax en dat hij al flink wat podiumkilometers heeft gemaakt.

Toen ik dus uitgenodigd werd om bij Benjamin Herman te gaan kijken, hoefde ik geen twee keer na te denken wie ik mee zou nemen: mijn vader natuurlijk. We gingen naar het laatste optreden van de tour, in Benjamins thuisstad Rotterdam, toevallig ook de stad waar mijn vader al ruim twintig jaar werkt. En zo zaten we op Goede Vrijdag dus in De Doelen.

Benjamin speelt deze tour met een kwartet. Hijzelf natuurlijk op de sax, en hij had ook een drummer, pianist en bassist mee. Bij dit slot van de tour merk je goed dat ze op elkaar zijn ingespeeld. Er worden nauwelijks blikken uitgewisseld, iedereen doet zijn ding en Benjamin praat het met flair aan elkaar. Ze spelen nummers uit het gehele oeuvre, van jaren geleden tot nummers die komende zomer gaan verschijnen.

Binnen de set, maar ook binnen de nummers is er een opbouw: het begint rustig maar op een gegeven moment gaat de turbo erop en vliegen ze genadeloos uit de bocht. Je merkt dat alle vier de muzikant pro’s zijn, en heel virtuoos, maar echt toegankelijk wordt het er niet van. De beste momenten zijn vaak de start van de nummers, als Benjamin ze nog in de teugels heeft. Als eerst Benjamin “nootjes gaat vreten” dan is dat het teken voor de anderen om zichzelf te verliezen in hopeloos ingewikkeld spel. Ik kijk mijn vader aan en we begrijpen elkaar: dit is niet helemaal ons gevoel van fijne jazz.

Gelukkig speelt Benjamin ook een paar klassiekers waar hij wel redelijk binnen de lijntjes blijft. Summertime, Lujon uit The Big Lebowski (van Henry Mancini) en de toegift See See Rider zijn wat ons betreft hoogtepunten van de avond.

Gezien: Benjamin Herman, De Doelen (Rotterdam), 18 april 2014

11.04.2014 | 0 reacties
Bart-Jan | Bart-Jan Kazemier
Tweet this | Share this | Pin It

6 sterren, gastblog, live recensie
, , ,

[live] Thuiskomen met Elbow

11.04.2014 | Bart-Jan | Bart-Jan Kazemier

Elbow

Elbow in Paradiso. Inderdaad, de band uit Manchester die al 23 jaar bestaat –dus sinds de middelbare school- en in die twee decennia is uitgegroeid tot een van de grootste publiekstrekkers uit Engeland. Die de prestigieuze Mercury Prize en Brit Award won, die in 2012 de olympiërs toezong bij de Spelen van Londen, voor het oog van een miljard tv-kijkers. Die anno 2014 eindelijk de nummer-een-positie in Engeland bereikte met zijn nieuwste album The Take Off And Landing Of Everything. Die band dus, die kwam naar Paradiso, met een capaciteit van 1500 man. Wie dat leest weet eigenlijk al wat het eindoordeel van deze recensie gaat zijn. Geeft niet.

Het was veertien maanden geleden dat ze een fatsoenlijk optreden hadden gedaan en ze waren een beetje zenuwachtig. Ze hadden ‘normale dingen’ gedaan en dit, optreden, ‘is not a normal thing,‘ aldus voorman Guy Garvey. Het maakte dat hij het publiek vroeg om op momenten dat de band het zwaar had zou uitroepen: ‘Everything will be be alright, Elbow.

Het was bepaald niet nodig; van zenuwen was weinig te merken. Garvey, die de kunst verstaat om iedereen, van de eerste rij tot de tweede ring erbij te betrekken met z’n omhelzingen, de onverstoorbare Pete Turner op bas, drummer Richard Jupp, met z’n tong uit zijn mond en de verlegen lachende Potter-broers: ze doen hun kunstje moeiteloos en vlekkeloos, ieder nummer tot in de puntjes verzorgend. In bijna twee uur tijd laat Elbow zien waar het goed in is: een eensgezinde en gemoedelijke sfeer creëren waarin iedereen zich eindeloos wil onderdompelen. Het voelt een beetje alsof je thuiskomt, luisteren naar de nummers van The Seldom Seen Kid (2008) en die van het nieuwste album, aangevuld met de beste liedjes van Build A Rocket, Boys! uit 2011, waaronder The Birds en Lippy Kids.

Het was de vierde keer dat ik Elbow zag optreden: in 2006 in de Melkweg, in 2011 op Rock Werchter en in de HMH en nu dus in een exploderend Paradiso. Het voelt bijna vertrouwd. Elke keer was het optreden prachtig, hoewel ik nu toch wel stiekem een beetje zit te wachten op het moment dat de band weer wat van de eerste drie albums in zijn set opneemt. Cast Of Thousands (2003) was de plaat die me greep, Leaders Of The Free World van twee jaar later vind ik ook zeer geslaagd, met veel energieke nummers die een prettig contrast zouden kunnen vormen met het rustige werk van daarna.

Maar goed, dit is gezeur van iemand die denkt dat ie alles gezien heeft. Laten we wel wezen: het was gewoon fantastisch en ik mag me gelukkig prijzen dat ik vrienden heb die zo goed waren om kaartjes voor dit unieke concert te regelen, zonder zelf te gaan, dat ook nog eens! Ik schrijf het bij op het (steeds verder uitdijende) lijstje van beste concerten ooit. Locatie een tien, uitvoering een tien, sfeer een tien, klein albino’tje een tien, set een acht. Cijfers om mee thuis te komen, zou ik zeggen.

Gezien: Elbow in Paradiso 18 maart 2014

Een mooie samenvatting van het concert is hier terug te zien.

21.03.2014 | 0 reacties
Bart-Jan | Bart-Jan Kazemier
Tweet this | Share this | Pin It

beats en bliepjes, dansplaat, electro, gastblog, live recensie, pop, tips van de chef
, , , ,

[live] Chvrches in de muziekkerk

21.03.2014 | Bart-Jan | Bart-Jan Kazemier

CHVRCHES

Dat Glasgow goede muziek voortbrengt, dat weten we al sinds Gerry Rafferty in 1972 Stuck In The Middle With You uitbracht. David Byrne van Talking Heads, Texas en Franz Ferdinand zijn een paar grote namen van de jaren erna. De indiefolk heeft er goed geaard met bijvoorbeeld Belle & Sebastian, Arab Strap en The Fratelli’s. En vanaf de jaren negentig was er de electro van Mogwai, waarop momenteel wordt voortgebouwd door bands als Errors en Hudson Mohawke. Sinds 2011 is er Chvrches om de wereld te bekeren tot de Glasgow electro.

Chvrches is met zijn hang naar pop de meest toegankelijke van de drie en zou daarom het verst kunnen komen. Het kindstemmetje van Lauren Mayberry en de couplet-refreinformule van de -zeer hitgevoelige- nummers, de subtiele koortjes: het draagt er allemaal aan bij dat de band het, met name in Engelssprekende landen, bijzonder goed doet. Het debuutalbum The Bones Of What You Believe reikte in Engeland in 2013 tot plaats 9 en in de VS tot 12. Azië is zich aan het warm draaien: in Singapore en Japan groeit de fanbase gestaag.

Nederland is met plaats 68 nog niet zover, maar dat lijkt een kwestie van tijd. Chvrches is deze zomer te zien op Best Kept Secret (al dan niet toevallig naast Mogwai, Belle & Sebastian en Franz Ferdinand trouwens) en het is wel zeker dat het drietal daar goed zal worden ontvangen. Het is moeilijk om Chvrches niet goed te vinden. Het geluid klopt volledig: de balans tussen de dansbare beats en de zangpartijen, de lyrics die je zo mee kunt zingen en, zoals we in Paradiso konden zien: de overdonderende lichtshow.

In ruim een uur komt het volledige album van Chvrches voorbij. The Mother We Share en Gun liggen het gemakkelijkst in het oor. Ook heel fijn: We Sink met groene lichtkanonnen en Night Sky met een prachtige LED-sterrenhemel. Chvrches dendert door en het is bijna vreemd om Mayberry en haar collega’s Iain Cook en Martin Doherty af en toe een beetje verlegen tussen de nummers door te horen babbelen, zonder die explosie van lichten en zonder de aanstekelijke melodielijntjes. Je zou bijna vergeten dat er mensen zitten achter al die bliepjes en synth-geluidjes.

Paradiso was ooit het verenigingsgebouw van een progressieve afsplitsing van de Hervormde Kerk. Een kerk kun je het dus niet helemaal noemen, maar voor dit verhaal doen we even alsof. Chvrches dat in dé muziekkerk van Nederland met een gigantisch lichtorgel de Schotse electro te verspreidt: dat is toch te mooi om te laten liggen.

‘Make a true believer of anyone anyone anyone’ klinkt het in het nummer Lies.
Het klopt, ik moet het volmondig toegeven: ook ik ben bekeerd tot de Glasgowse electropop.