Het Meisje met de Prei

In mijn pogingen om mijn dochter muzikaal op te voeden ga ik vrij ver. Van klassiek tot klassiekers, ik probeer het haar allemaal mee te geven. Het liedje waar ze echter het meest op reageert is Levan Polka, ook wel bekend als Het Meisje met de Prei. Ik zong het een keer voor haar toen ik echt niets anders meer wist en ze moest er heel hard van lachen. Waarschijnlijk omdat mijn mond er veel door beweegt en het vrij betekenisloze klanken lijken die elkaar snel opvolgen.

Toen ik het op Spotify op wilde zoeken moest ik er dus eerst achter komen hoe het liedje heette. Gelukkig is daar wikipedia en zo kwam ik erachter dat Het Meisje met de Prei van oorsprong een Fins volksliedje genaamd Levan Polka is. Het wordt gezongen door een jongen die in het lied zijn buurmeisje verleidt en ondertussen haar moeder bedreigt.

De beelden bij Het Meisje met de Prei komen uit een Japanse mangafilm genaamd Bleach en het meisje zwaait helemaal geen prei rond maar een Negi. Een Negi is in het Nederlands een stengelui, en wordt helemaal niet in het oorspronkelijke liedje genoemd. Zo leer je nog eens wat!

Republica

Republica was een band met een klein succesje eind jaren negentig. Iedere dertiger kent Ready To Go wel, met de herkenbare zang van zangeres Saffron. In Nederland kwam het nummer niet verder dan plaats 25 en is het het enige nummer wat de hitlijsten heeft gehaald.

Na het eerste album Republica probeerde de band door te pakken met een opvolger: Speed Ballads. Via een toenmalige collega wist ik de hand te leggen op een gebrande illegale versie en heb ik hem een aantal keer geluisterd. Het album zelf is niet zo sterk. Een beetje wisselvallig, niet echt nummers die blijven hangen.

Behalve het tweede liedje: Fading Of The Man. Een instant-klassieker als je het mij vraagt. Goede opbouw, fijne instrumentatie (toen hield ik dus al van bliepjes), goede drums. En natuurlijk een goed mee te zingen refrein. Een liedje over wraak waar Adele ook prima mee weg zou komen (zij het anders gearrangeerd natuurlijk). Veel beter dan Ready To Go en zonde dat het nooit op single is uitgebracht.

Inmiddels is Republica na tien jaar pauze weer bij elkaar. Dat had wat mij betreft nou ook weer niet gehoeven. Geniet van het succes wat is geweest en kijk verder.

Dune

Afgelopen week ontdekte ik een oude liefde op Spotify: Dune. Vernoemd naar de boeken/films over Paul Atreides, die ik niet heb gelezen maar wat een van de beste sci-fi boeken ooit moet zijn. Het is een van de inspiraties voor Star Wars geweest. Dan ben je een grote.

Goed, terug naar de band Dune. Begonnen in het hoogtepunt van de happy hardcore braken ze door met Hardcore Vibes. Behoorlijk rechttoe-rechtaan gabber met melodische tussenstukjes. Are You Ready To Fly is nog zo’n nummer volgens hetzelfde recept. Eigenlijk staat het hele eerste album er vol mee.

Het tweede album is al wat conceptueler: Met de titel Expedicion gaat het over een ruimtereis (heel raar, als de band is vernoemd naar een science fiction-boek). Wederom een album vol met loopjes en beats in een moordend tempo. Million Miles From Home is wel beter en dankzij de aandacht voor de productie kon ik dit wel waarderen.

Dat het hierna niet beter zou worden besefte ook de producer. Dus gooide hij het een jaar later over een compleet andere boeg: klassieke covers van bekende hits. Weg met de beats, weg met de snelheid en rust in de tent. Zo’n verandering van genre heb ik niet vaak meegemaakt. Samen met een Londens symfonieorkest, en met dezelfde zangeres als daarvoor heeft Dune nog twee albums opgenomen voordat het uit elkaar ging. Misschien maar beter ook.

The Police

The-Police

Gisteren zag ik op Ketnet de documentaire “Can’t Stand Losing You”, waarin de gitarist Andy Summers van The Police word gevolgd.

Het was een interessante docu, omdat ik hun gouden jaren niet zo bewust heb gevolgd, en eigenlijk pas muziek van ze hoorde toen ze al uit elkaar waren. De band word gevolgd vanaf het prille begin, als ze tijdens een jamsessie elkaar ontmoeten en de vonken er vanaf vliegen. Als tegenbeweging voor de dan heersende punk-trend gaan ze wat meer reggae en ska-achtig spelen, wat ze geen windeieren legt. In de documentaire zitten ook mooie anekdotes over bijvoorbeeld het ontstaan van Roxanne.

Ze hebben een aantal merkwaardige keuzes gemaakt. Zo zijn ze na elke release eerst in de VS gaan touren, terwijl ze juist in Engeland groot waren. Ook hebben ze heel veel getourd, en dat heeft Andy een deel van zijn huwelijk gekost (later is hij opnieuw getrouwd met zijn ex-vrouw).

Muzikaal gezien is de documentaire niet zo interessant. Het gaat vooral in op het leven eromheen, de interne communicatie binnen de band. Sting is altijd de leider geweest, de media heeft de break versneld, en echt gezellig was het op het einde niet meer. Na vijf albums zijn ze gestopt, om een paar jaar geleden nog even te cashen met een aantal reünie-optredens.

Mr. Guder

carpenters

Een paar weken geleden, ik had mandag en was alleen thuis met Boris. Lekker spelen, keten en stoeien. En daarna even uitrusten met limonade en een koekje. Het juiste moment om fijne rustige muziek op te zetten. The Carpenters pasten perfect bij het moment.

Close To You, We’ve Only Just Begun en Ticket To Ride. Prachtige liedjes, met de geweldige arrangementen van Richard Carpenter en de engelachtige stem van Karen Carpenter. Maar toen kwam een liedje wat ik nog niet kende: Mr. Guder. Het staat op Close To You, en is de B-kant van Jambalaya, maar heeft het nooit op eigen kracht gehaald. Terwijl het juist een van de beste voorbeelden is van de prachtige harmonieën die ze hebben voortgebracht.

Mr. Guder gaat over een oude baas van Richard, uit de tijd dat hij nog in Disneyland werkte. Vic Guder had nogal conservatieve denkbeelden en was alleen bezig met zijn eigen werk en zijn eigen plek. Hij vond zichzelf de perfecte werknemer terwijl hij juist het tegenovergestelde was. In Mr. Guder nemen Richard en Karen muzikaal wraak op hem, hoewel Richard later zegt dat hij hem juist dankbaar is.

Het lied zelf is geweldig. Easy-listening zoals je het kent van de Carpenters. Goede tempowisselingen, fantastische harmonieën. Het trekt je mee om je dan weer even los te laten, te laten zweven en je daarna weer mee te nemen. En na krap twee minuten is het afgelopen.. denk je. Maar dan begint het pas echt. Bijna minimal scatten Richard en Karen a capella om het daarna tweestemmig zingend af te maken. En wederom op het verkeerde been komt de dwarsfluit van het begin om het lied helemaal af te ronden. Zo hoor je ze niet vaak meer.