General Fiasco

general fiasco

Na mijn enthousiasme over Big Sleep, die later als The Slowdown door het leven gingen en inmiddels The 1975 heten, werd ik gewezen op nog zo’n Brits poprockbandje in de categorie Arctic Monkeys: General Fiasco.

Ze komen uit Noord-Ierland en bestaan inmiddels al zes jaar. In korte tijd hebben ze een goede live-reputatie opgebouwd en hebben ze op SXSW en Glastonbury en Pinkpop gestaan. Ik kende ze in elk geval nog niet, maar ben behoorlijk enthousiast geworden. Ze brengen veel muziek uit (bijna elk jaar wel een EP of album) en de energie die in hun muziek doorklinkt is aanstekelijk. Ever So Shy is hun grootste succes tot nu toe, een bescheiden indie-hitje in Engeland. Ze verdienen meer.

Mochten ze dus de komende tijd Nederland weer eens aandoen (misschien in het kader van hun komende tweede album Unfaithfully Yours), ga deze band zien!

Infadels

infadels

Ik had weleens van de Infadels gehoord, maar schaarde ze in mijn hoofd in het hoekje van de serieuze rock. Geen idee waarom, waarschijnlijk door hun bandnaam. De naam deed me denken aan de Hives, de Vaccines en de Kaiser Chiefs. Gelukkig was hun promotor Jessica zo lief om me het laatste album, The Future Of The Gravity Boy, toe te sturen.

Het album is lekker. Rock met een diep elektronisch sausje. Geproduceerd door Alex Metric is het een album met lekker stampende nummers die van stevige rock naar indie-electro schieten. Soms ontzettend dansbaar, dan weer wat meer ingetogen. Het hele album is in elk geval goed in balans en heeft een wat donkere ondertoon. Het is een conceptueel album, wat je merkt aan de thematiek van de nummers die allemaal iets met ruimtereizen te maken hebben. Het gebruik van de bliepjes sluit goed aan bij het Science Fiction sfeertje wat daar altijd omheen hangt.

Al met al ben ik blij verrast met dit tweede album van de Infadels. Ook zij zijn weer een band om te gaan zien tijdens de festivals de komende zomer.

Held van de Achterbank

Muziekherinneringen ontstaan op de achterbank. Je zit als kind maar een beetje achter in de auto, toen ik klein was nog spelcomputers, iPads of ingebouwde dvd-spelers. Alle tijd om je te vervelen, naar buiten te staren en naar de muziek te luisteren. En je vader had maar een beperkt aantal cassettebandjes in de auto liggen, dus je hoorde vaak hetzelfde. Mijn vader had, in mijn herinnering in ieder geval, een bandje van Bruce Springsteen. Born in the USA, met op de voorkant een man in een spijkerbroek die voor de Amerikaanse vlag staat. Een geweldig album, met klassiekers als I’m On Fire, Glory Days en Dancing In The Dark. En natuurlijk de titeltrack.

Jaren later ontwikkelde ik mijn eigen muzieksmaak. Ik werd fan van Nirvana en bands als Green Day. Wat Bruce Springsteen deed in de tussentijd, geen idee. In 2002 was mijn muzieksmaak al wat bedaard. Iets minder snoeiharde gitaren en geschreeuw, ik luisterde veel naar Counting Crows. En toen bracht Bruce Springsteen het album The Rising uit. Een verzameling prachtige songs, geïnspireerd op de aanslagen van 11 september. De nieuwe nummers brachten ook de herinneringen aan de achterbankklassiekers weer terug. Ook de albums die volgden, maakten indruk. Binnenkort brengt Springsteen een nieuw album uit: Wrecking Ball. En hij komt naar Nederland om Pinkpop 2012 af te sluiten. Ik zit dan zeker voor de tv. Een man van 31, die zich weer even voelt als een jongetje op de achterbank.

Bruce Springsteen – Born In The U.S.A.

Bruce Springsteen – The Rising

Bruce Springsteen – We Take Care Of Our Own

Nickelback

Nickelback is een beetje de Kane van de internationale rockmuziek: iedereen heeft er wel een album van, maar niemand durft er openbaar voor uit te komen. Ook ik.

De muziek die Nickelback maakt is rockmuziek zoals de platenmaatschappijen het graag hoort. Net als Creed een uitloper van de grunge, terwijl die stijl al een jaar of 15 uit de mode is. De muziek is heel erg strak geproduceerd (hoewel ik dat wel graag hoor, moet ik bekennen), en voldoet aan de standaardeisen voor hits: eenvoudige akkoorden, tekst die voor iedereen wel iets heeft, makkelijk mee te zingen is en een solo op ongeveer 2/3 van het nummer, een brug nog een keer het refrein op het einde. Formule-rock in zijn zuiverste soort. Zo voorspelbaar als maar kan, maar daardoor kopen de mensen het wel. Ze weten wat ze van Nickelback kunnen verwachten.

De ultieme voorbeelden hiervan vind je terug in een van hun grootste hits: Someday. Net zoals je van grote blockbusters altijd een sequel, en nog een sequel, en nog een sequel krijgt totdat de formule helemaal is uitgemolken, zal Nickelback ook op deze manier platen blijven maken, tot echt niemand het meer koopt.

Renee van Bavel – Opgaan in Jou

Renee van Bavel in Bitterzoet
Renee van Bavel in Bitterzoet

Nederlandstalige muziek heeft vele gezichten, en niet elke heeft evenveel fans. In het brede spectrum heb je, grof genomen, aan de ene kant artiesten van het kaliber Marco Borsato, Jan Smit, Nick en Simon, de 3J’s en Guus Meeuwis (sorry Marco) – succesvol bij een breed publiek, maar bij een bepaald al dan niet terecht vooringenomen publiek niet echt geliefd. En aan de andere kant van dat spectrum heb je de zeer artistiek verantwoorde artiesten als een Maarten Roozendaal, Frederique Spigt, Mathilde Santing – oprecht gewaardeerd, maar niet bekend bij het grote publiek. En daar tussenin heb je nog een aantal bijzondere categorieën, waaronder verwant aan het cabaret en de artiesten die daar al wel weer aan ontstegen zijn, zoals Acda en De Munnik,  de vooral regionale trots zoals Normaal, Blof en ook weer Guus Meeuwis, en bijvoorbeeld de geheel op zichzelfstaande iconen als een Ramses Shaffy en Frank Boeien. En dan is daar natuurlijk de groep waar ik zelf een De Dijk, De Scène, en Van Dik Hout tot reken: De Helden van het Poppodium. Met een vaste schare fans, een lange staat van dienst en een solide repertoire, dat vooral live gretig geconsumeerd wordt.

Dit weekend was de CD presentatie van Renee van Bavel, een dame die zich wat mij betreft prima bij die laatste categorie mag rekenen. Haar nieuwe CD is titelloos omdat deze voelt als een debuut, vertelde ze op het podium. Nadat ze haar oorspronkelijke als tweede album bedoelde werk in de studio opgenomen had, won ze een prijs en mocht ze een aantal nieuwe nummers in de studio opnemen. Dit deed ze met nieuwe muzikanten en de muzikale chemie die daar uit voort kwam was zo´n openbaring, dat ze besloot, geheel in de stijl van Anouk, haar oude band te laten voor wat het was en met deze heren helemaal opnieuw te beginnen aan haar tweede album, dat ze dan ook maar meteen in eigen beheer uitgegeven heeft.

En dat is een goede keuze geweest, want op het podium bleek dat ze een clubje muzikanten om haar heen heeft verzameld die van een kaliber zijn waar je U tegen zegt (heerlijke toetspartijen, briljante gitaarsolo, fijne arrangementen), en met die ene nieuwe CD meteen een repertoire opgebouwd heeft waarvan alle nummers zo in een keer zonder schaamte op een live set list terecht kunnen. En alhoewel ik het gevoel had dat Renee zelf er de eerste twee nummers nog een beetje in moest komen, werd er op het kleine podium een muur van muziek opgebouwd alsof er een band stond die al 10 jaar mee draait op het hoogste niveau.  Maar bij het derde nummer – Opgaan In Jou – was iedereen warm, inclusief het publiek dat dichter op het podium was komen staan, en de sfeer veranderd in een geborgen haven van muzikale vertrouwdheid: Hier stond de toekomst van het Nederlandse poppodium.

Check dus snel het hele album, dat je kunt vinden op de site van Renee, met daarop ook een mooi duet met zanger Thé Lau, de gelauwerde zanger van de eerder genoemde band De Scène, die naar mijn idee in Renee vocaal en tekstueel zijn gelijke heeft gevonden. En dat is een compliment dat je niet te snel mag maken, uit respect voor die grootheid die hij zelf op zijn beurt is. Hieronder alvast een voorproefje.

Renee van Bavel – Opgaan in jou