Melody Gardot

Hoe ik haar heb ontdekt weet ik niet meer, maar man man man man wat kan deze vrouw prachtig zingen. Melody Gardot is pas 31 en heeft al vier keer op het North Sea Jazz festival gestaan.

Dat het zover heeft kunnen komen kwam door het ongeluk dat haar op haar negende overkwam. Ze werd aangereden door een auto die door rood reed. Als gevolg daarvan moest ze lang revalideren. Onderdeel daarvan was muziektherapie, die bij haar dusdanig aansloeg dat ze zelf piano en gitaar is gaan spelen en liedjes is gaan schrijven. Nadat die door een lokaal radiostation in Philadelphia werden opgepikt ging het ineens hard voor Melody.

Our Love Is Easy komt van haar tweede en meest succesvolle album My One And Only Thrill. Het is een heerlijk gearrangeerd jazz-nummer dat zo uit de jaren dertig lijkt te komen. Je hoort de rook, de maffioso, het gokken en de whiskey. Het zou ook zo in een Bondfilm gebruikt kunnen worden. Muziek hoort te raken, emoties en associaties op te roepen, en dat is precies wat dit nummer bij me doet.

Frankie Sinatra

The Avalanches zijn terug. 15 jaar geleden, in het najaar van 2000 brachten ze hun eerste album uit, Since I Left You. Het album is een samenraapsel van zo’n 3500 samples, en van de meeste samples konden ze niet achterhalen wie ze ook alweer gesampled hadden. Juist omdat het vooral een creatief project voor ze was en ze nooit de intentie hadden om het uit te brengen, laat staan dat ze verwachtten dat het zo’n succes zou worden.

Na zo’n megasucces, zijn de verwachtingen voor het tweede album natuurlijk groot. En nu, 15 jaar na Since I Left You is daar de opvolger: Wildflower. En ook bij deze opvolger hebben ze het helemaal bij elkaar gesampled. Een aantal vocalisten en muzikanten hebben op verzoek meegewerkt, maar ook zij hebben vooral samples aangeleverd waar The Avalanches dan zelf weer van alles mee konden doen.

De eerste single van het album is Frankie Sinatra. Waarop Frank overigens niet op te horen is, maar het refrein is gesampled uit het nummer Bobby Six Idol van Wilmoth Houdini, wat een lofzang is op de stem van Sinatra. Het refrein is zo catchy, dat ik het nummer al weken lang niet uit mijn hoofd krijg. Ik denk dat dit mijn soundtrack voor de zomer van 2016 gaat worden, of misschien stiekem al is.

Quantic – Creation

Het gaat me voor de wind. Ik woon heerlijk in Amsterdam, heb veel vrienden, een geweldige partner en het werk komt me aanwaaien. Oja, en de zon schijnt bovendien; daar ben ik ook niet ongevoelig voor.
Enfin, deze doorgaans toch redelijk sombere, twijfelende meneer heeft de zomer in zijn bol.

Ik ontdekte zojuist de perfecte jazzy soundtrack voor dit leven vol harmonie. Met een vleugje stadse reuring en een tikje melancholie. Daar is ‘The Western Transient’ van Quantic. Deze plaat klinkt als onontdekt vinyl vol jazz-standards. Grootsteedse bebop, lounge jazz, gespeeld met passie. Voor op het terras, in de auto, tijdens je werk of kei hard op je koptelefoon op de fiets langs de grachten. Gelukzaligheid.

Quantic (Will Holland) begon als dj in zijn zolderkamertje met handgeknipte samples en beats met instrumentale hiphop. Al snel volgde meer jazz georienteerde albums met echte muzikanten. Hij reisde over de wereld en maakt als ‘Quantic Soul Orchestra’ live jazz fusion met lokale artiesten: Afrobeat uit Afrika, Salsa uit Zuid-Amerika. Een uitgebreid onderzoek naar alle uithoeken van jazz. Funkend, pompend en hysterisch, maar altijd reteswingend.

Nu is hij weer thuis gekomen. En komt bij van de verre reizen. Zijn nieuw album ‘The Western Transient’ klinkt introverter en heeft meer lucht. Net zoals ikzelf.

[live] Wouter Hamel in het Patronaat

Wouter Hamel Patronaat

Op een zaterdagavond fietste ik voor het eerst naar het Patronaat. Een schande, want ik woon al ruim 2,5 jaar in Haarlem. Het was er nog niet eerder van gekomen, ik ben denk ik toch nog teveel op Amsterdam gefocust. En de meeste wat grotere artiesten spelen toch liever in Amsterdam.

Mijn eerste Patronaat-avond (niet helemaal waar, ik heb er ja-ren geleden eens deelgenomen aan de regionale voorronde van het NK airguitar) was dus gisteravond. Wouter Hamel stond in de kleine zaal en omdat ik al eerder over hem schreef kon ik als gast naar binnen. Ik had iemand mee mogen nemen, maar dat hoorde ik dus pas toen ik binnen kwam. Te laat om nog iemand op te trommelen.

Het voorprogramma startte op tijd, en bestond uit een bandje dat meedoet aan de Grote Prijs van Nederland. Onder de vleugels van coach Wouter hebben ze de halve finale gewonnen en gaan ze nu door voor de volle winst. Charl Delemarre is een prima songwriter met nog wat studentikoze trekjes, en een prima opwarmer voor Wouter. Hij heeft iets minder flair en charme, maar daar heeft hij niet voor niets een coach voor.

Wouter Hamel zelf voelt zich op het podium als een vis in het water. Hij maakt grapjes, zingt de sterren van de hemel en vermaakt het publiek. Wouter is een meer dan uitstekend jazz-zanger en bereikt hoog en laag zonder enige zichtbare moeite. Zijn band en hij zijn op elkaar ingespeeld, en ondanks dat het allemaal loeistrak is, is er ook ruimte voor improvisatie en wat solo’s hier en daar.

Het hele album Pompadour komt langs, afgewisseld met wat bekender oud werk zoals Breezy, Don’t Ask en In Between. Nieuwe single Beautiful Misfits komt niet zo goed uit de verf, en zou ik niet zo snel als single hebben gekozen. Nee, band-favoriet Gretna Green pakt veel beter uit en het plezier is van de band af te lezen. Al met al is deze avond in de redelijk gevulde kleine zaal van het Patronaat een prima zaterdagavond. Geen super-gedenkwaardig concert, maar ook weinig op aan te merken. Een beetje In Between, dus.

[Live] Benjamin Herman

Benjamin Herman kwartet door Jonathan Herman

Mijn vader is saxofonist. Toen hij ergens in de veertig was (ik was een tiener) bedacht hij dat hij saxofoon moest gaan spelen. Hij begon met lessen, heel veel oefenen in de schuur en stukje bij beetje beter worden. Na een paar jaar durfde hij het aan om bij een band te gaan. In eerste instantie bij een Big Band als onderdeel van een grotere groep, maar later ook bij kleinere gezelschappen. Inmiddels kan je zeggen dat hij zich uitstekend kan redden op de Baritonsax en dat hij al flink wat podiumkilometers heeft gemaakt.

Toen ik dus uitgenodigd werd om bij Benjamin Herman te gaan kijken, hoefde ik geen twee keer na te denken wie ik mee zou nemen: mijn vader natuurlijk. We gingen naar het laatste optreden van de tour, in Benjamins thuisstad Rotterdam, toevallig ook de stad waar mijn vader al ruim twintig jaar werkt. En zo zaten we op Goede Vrijdag dus in De Doelen.

Benjamin speelt deze tour met een kwartet. Hijzelf natuurlijk op de sax, en hij had ook een drummer, pianist en bassist mee. Bij dit slot van de tour merk je goed dat ze op elkaar zijn ingespeeld. Er worden nauwelijks blikken uitgewisseld, iedereen doet zijn ding en Benjamin praat het met flair aan elkaar. Ze spelen nummers uit het gehele oeuvre, van jaren geleden tot nummers die komende zomer gaan verschijnen.

Binnen de set, maar ook binnen de nummers is er een opbouw: het begint rustig maar op een gegeven moment gaat de turbo erop en vliegen ze genadeloos uit de bocht. Je merkt dat alle vier de muzikant pro’s zijn, en heel virtuoos, maar echt toegankelijk wordt het er niet van. De beste momenten zijn vaak de start van de nummers, als Benjamin ze nog in de teugels heeft. Als eerst Benjamin “nootjes gaat vreten” dan is dat het teken voor de anderen om zichzelf te verliezen in hopeloos ingewikkeld spel. Ik kijk mijn vader aan en we begrijpen elkaar: dit is niet helemaal ons gevoel van fijne jazz.

Gelukkig speelt Benjamin ook een paar klassiekers waar hij wel redelijk binnen de lijntjes blijft. Summertime, Lujon uit The Big Lebowski (van Henry Mancini) en de toegift See See Rider zijn wat ons betreft hoogtepunten van de avond.

Gezien: Benjamin Herman, De Doelen (Rotterdam), 18 april 2014